De ziekte van Kienboeck (ook wel Lunatomalacie of Avasculaire necrose van het lunatum genoemd) is een aandoening van het maanvormig bot. Dit bot krijgt problemen met de bloedtoevoer, waardoor het uiteindelijk afsterft en inzakt. Daardoor slijt het polsgewricht. Vanaf het begin heeft u veel pijn aan de pols. Vaak wordt de aandoening dan nog niet herkend omdat een röntgenfoto nog een normaal beeld geeft. Alleen een MRI-scan met contrast kan de ziekte dan aantonen. Wanneer de ziekte in een later stadium komt, ontstaat er een verminderde beweeglijkheid van de pols en pijn aan de rugzijde van de pols in het midden. Dit gebied is tevens drukpijnlijk. De klachten verergeren bij inspanning en handwerk.

Xpert Clinic is de specialist bij de ziekte van Kienboeck

U wordt direct geholpen door artsen en handtherapeuten, die elke dag tientallen hand- en polsproblemen onderzoeken en behandelen. De operatieve ingrepen worden gedaan door onze handchirurgen, die zich helemaal hebben toegelegd op aandoeningen aan hand en pols. Voor revalidatie kunt u terecht bij onze handtherapeuten. Zij begeleiden u bij gerichte oefeningen, maken spalken op maat en zorgen ervoor dat u zo snel mogelijk weer aan de slag kunt.

We vertellen u op deze pagina hoe we te werk gaan bij de behandeling van de ziekte van Kienboeck. Heeft u na het lezen van de informatie nog vragen? Neem dan gerust contact met ons op.

Meer informatie over de ziekte van Kienboeck

De oorzaak van deze ziekte is niet bekend. Kienböck komt het meest voor bij jonge mannen en vooral vrouwen tussen de 20 en 40 jaar. Ook komt de aandoening vaker voor bij mensen met een ulna minus syndroom (te korte ellepijp).

Om te bekijken in wel stadium de ziekte is, kan een röntgenfoto gemaakt worden. Hierbij worden vier stadia onderscheiden:

Graad 1 geen afwijkingen te zien op de röntgenfoto
Graad 2 verhoogde dichtheid van het maanvormig bot
Graad 3a inzakking van het maanvormig bot, geen afwijkingen aan het scheepsbot
Graad 3b inzakking van het maanvormig bot met rotatie van het scheepsbot
Graad 4 slijtage rond het maanvormig bot (haakvorming, gewrichtsspleet vernauwing)

Een MRI-scan geeft de meeste informatie over de bloedvoorziening in het maanvormig bot, het hoogteverlies en eventuele slijtage. Een CT-scan en/of botscan kunnen soms extra informatie geven.

Er zijn zeer veel behandelingen beschreven voor de ziekte van Kienböck. Op dit moment hebben we volgende opties bovenaan staan in het behandelplan.

Vroege fase

Revascularisatie is een methode om de bloedtoevoer naar het maanvormig bot te herstellen. Dit doen we met behulp van een bottransplantaat uit het spaakbeen volgens Sheetz. Verder zijn radiusverkorting (inkorting van het spaakbeen) een optie.

Late fase

Wanneer het maanvormig bot gebarsten is, een fors hoogteverlies laat zien en/of wanneer er sprake is van artrose, zijn dit de mogelijkheden:

  • het weghalen van de eerste rij handwortelbeentjes, oftewel proximale rij carpectomie
  • de pols vastzetten met behulp van een metalen plaat, oftewel polsarthrodese
  • het vervangen van het polsgewricht, oftewel totale polsprothese

Er zijn zeer veel behandelingen beschreven voor de ziekte van Kienböck. Op dit moment hebben we volgende opties bovenaan staan in het behandelplan.

De pols wordt gevormd door acht handwortelbeentjes, die in twee rijen zijn gegroepeerd. De handwortelbeentjes zijn onderling verbonden door middel van gewrichtsbanden die de gewrichten tussen de handwortelbeentjes verstevigen.

Door een val of een ander ongeluk kunnen de banden verrekken of zelfs afscheuren. Ook kan een van de handwortelbeentjes breken. De botjes liggen dan niet meer mooi naast elkaar. Er kan een te grote ruimte tussen twee botjes ontstaan en op den duur kan dit slijtage in de pols veroorzaken (ook wel artrose genoemd).

Ook door een verminderde doorbloeding van één van de botjes, het maanvormig beentje (os lunatum) kan de samenhang in de pols worden verstoord. Deze aandoening heet de ziekte van Kienboeck.

Slijtage in de pols geeft pijnklachten, zwelling en een verminderde beweeglijkheid. Deze klachten kunnen u in uw dagelijks leven, bijvoorbeeld tijdens uw werk, beperken.

 Om de klachten te verhelpen kan gekozen worden voor een proximale rij carpectomie (PRC). Bij deze operatie wordt de eerste rij handwortelbeentjes, verwijderd. Het lijkt misschien vreemd dat deze operatie mogelijk is, maar uit onderzoek blijkt dat na de operatie de kracht in de hand gemiddeld weer 70% ten opzichte van de andere pols wordt en dat de beweeglijkheid gemiddeld weer 50% ten opzichte van de andere, gezonde, kant kan worden. Hierdoor kan deze ingreep een goede oplossing voor uw probleem zijn.

Voor deze operatie wordt uw arm door middel van een prik onder de oksel verdoofd. Soms is het noodzakelijk dat u helemaal onder narcose gaat.

proximalerijcarpectomie.jpg

Na de operatie zit de pols in een gipsverband. Het is belangrijk dat u uw hand de eerste weken goed hoog houdt. Hiermee voorkomt u dat de hand en de vingers dik worden. U moet ook meteen beginnen met het bewegen van uw vingers. Het vocht (oedeem) dat na de operatie in de hand zit, wordt daardoor sneller afgevoerd.

Na een week komt u terug op de kliniek. Het gips wordt dan verwijderd en de handtherapeut maakt een ondersteunende spalk. Deze spalk loopt door tot aan de onderarm. De vingers en de duim worden vrijgelaten.

De eerste zes weken draagt u de spalk continu, behalve tijdens het oefenen. Daarna wordt het dragen van de spalk afgebouwd en draagt u de spalk alleen nog bij activiteiten waarbij kracht nodig is. Dit houdt bijvoorbeeld in dat u de eerste zes tot acht weken, ook in verband met de verzekering, nog niet mag autorijden.Vanaf het moment dat de spalk is gemaakt, gaan we samen oefeningen voor uw pols doen.

In het begin zijn de oefeningen erop gericht om pols opnieuw beweeglijk te maken, later (vanaf drie weken na de operatie) worden er ook oefeningen gedaan om de kracht in uw pols en vingers te vergroten. We gebruiken hiervoor bijvoorbeeld Theraputty, een elastisch kneedmateriaal, en gewichten van verschillende zwaarte.

De gehele revalidatie neemt gemiddeld drie tot vier maanden in beslag, gerekend vanaf de operatie. Na drie maanden is de pols meestal weer zo hersteld dat u uw werkzaamheden kunt hervatten. Dit hangt uiteraard ook af van het werk dat u doet.

Slijtage van de pols kan zeer pijnlijk zijn. Zo pijnlijk zelfs, dat het uw dagelijks leven, werk of hobby's onmogelijk maakt. Gelukkig zijn we met de moderne technieken vaak in staat om een totale polsvastzetting te voorkomen. Meestal door een gedeeltelijke vastzetting te doen, een proximale rij carpectomie uit te voeren of een polsprothese te plaatsen. Als dit allemaal niet mogelijk is, kunnen we de pols volledig vastzetten. We noemen dit polsarthrodese. Wij zien deze ingreep als het laatste redmiddel en passen deze ingreep vrijwel nooit toe. Ten onrechte wordt vaak gedacht en gezegd dat patiënten na een totale polsarthrodese pijnvrij zijn, maar dat is zeker niet in alle gevallen zo! Bovendien geeft een polsarthrodese zeer veel beperkingen in uw dagelijks leven. Immers: zowel de buig- en strek functie als de dartgooibeweging zijn na deze ingreep voorgoed onmogelijk.

Tijdens de operatie wordt eerst het resterende kraakbeen verwijderd. Daarna wordt een sterke plaat bovenop de pols geschroefd. Deze plaat overbrugt drie gewrichten: tussen spaakbeen/pols, eerste en tweede rij handwortelbeentjes en middenhandsbeentjes. Soms wordt bot uit het bekken gebruikt om de vastzetting van de plaat te bespoedigen. Ook kan de ingreep worden gecombineerd met het verwijderen van de eerste rij handwortelbeentjes (PRC).

Na de operatie krijgt u tijdelijk gips of een drukverband. Direct na de operatie mag u de pols alweer licht belasten. Het duurt meestal acht tot tien weken voordat de pols volledig vastgegroeid is en u de pols weer maximaal mag belasten.

Voor de operatie wordt uw arm door middel van een prik onder de oksel verdoofd. Soms is het noodzakelijk dat u helemaal onder narcose gaat. De operatie duurt ongeveer 1½ uur. U krijgt eenmalig antibiotica om een ontsteking rondom de prothese te voorkomen.

Tijdens de operatie worden een aantal handwortelbeentjes verwijderd. Vervolgens wordt de polsprothese geplaatst. Die bestaat uit twee delen: het ene deel van de prothese wordt met behulp van een tweetal schroeven en een pin door de resterende handwortelbeentjes vastgezet. Het andere deel van de prothese wordt in het spaakbeen bevestigd. Doordat het kapsel van het gewricht deels intact blijft en de rest gerepareerd wordt, heeft de polsprothese voldoende stevigheid.

Volgens onze meest recente gegevens kunt u de pols, gemiddeld genomen, na de operatie ongeveer 35° buigen en strekken. Dit is ruim voldoende om weer alles met uw hand te kunnen doen.

0-1 week na de operatie

U krijgt direct na de operatie een gipsspalk om de pols en onderarm gedurende één week. Het is verstandig om uw hand de eerste week na de operatie hoog te houden, eventueel ondersteund met een mitella of kussen. Dit is om te voorkomen dat uw hand dik wordt. De vingers, die niet in het gips zitten, moet u goed blijven bewegen. Hiermee voorkomt u dat ze stijf worden en het helpt om zwelling van de hand tegen te gaan. Ook raden wij u aan om gedurende één tot twee weken pijnstillers te gebruiken. De dokter zal u hierover informeren.

1-4 weken na de operatie

Een week tot anderhalve week na de operatie komt u terug op de kliniek. Het gips wordt dan verwijderd. Aansluitend wordt door de ergotherapeut/handtherapeut een ondersteunende spalk van kunststof voor uw pols gemaakt. Deze spalk moet u ten minste vier weken buiten het oefenen om dragen. Nadat de spalk gemaakt is, begint u samen met de fysiotherapeut/handtherapeut te oefenen.

Voor de operatie wordt de beweeglijkheid en kracht van uw pols gemeten, zodat we na de operatie goed weten waar we tijdens de revalidatie extra aandacht aan moeten schenken. Aanvankelijk gaat u oefeningen doen om de pols leniger te maken.

4-8 weken na de operatie

Vanaf de vierde week na de operatief gaan we met de handtherapeut oefeningen doen die de hand en de pols sterker maken. Deze oefeningen doen we bijvoorbeeld met behulp van haltertjes en Theraputty, een elastisch kneedmateriaal. Vanaf dat moment mag u langzaam maar zeker ook de spalk af gaan doen. De kracht van de pols neemt steeds meer toe. U zult daardoor geleidelijk weer meer activiteiten van uw dagelijks leven op kunnen pakken.

U moet er rekening mee houden dat u vier tot zes weken niet veel zelfstandig kunt doen. Het is daarom raadzaam nu alvast hulp te regelen bij allerlei werkzaamheden zoals koken, stofzuigen, wassen, boodschappen doen, autorijden, aan- en uitkleden, etc. De gehele revalidatie neemt gemiddeld acht tot twaalf weken in beslag, gerekend vanaf de operatie.

Na de revalidatieperiode is de pijn in de pols over het algemeen minimaal. Gemiddeld kunt u met een polsprothese 60% buigen en strekken in vergelijking met een normale pols. Ook de zijwaartse bewegingen zijn verminderd. De pols is normaal belastbaar. Zware polsactiviteiten zoals opdrukken en zware handenarbeid, worden echter afgeraden.

De metingen die voor de operatie gedaan zijn, worden na de operatie herhaald na drie maanden, na zes maanden en na een jaar. Op deze manier krijgen we een goede indruk over uw herstel.

Bij elke operatie kunnen complicaties optreden, zoals een nabloeding, wondinfectie, weefselversterf, narcoseproblemen, trombose of een longontsteking. Deze complicaties komen zelden voor en kunnen vrijwel altijd goed behandeld worden.

De specifieke risico's en het herstel van de ingreep worden bij de desbetreffende behandeling besproken.

Tijdens ons spreekuur helpen wij patiënten meteen met handtherapie. Hiervoor werken we nauw samen met het handencentrum in de nabije omgeving. Vóór de ingreep krijgt u al uitleg over de therapie en kunt u de keuze maken of u therapie wilt volgen na de operatie. Handtherapie is een apart financieel traject en dit wordt door onze partners direct aan u of uw zorgverzekeraar gefactureerd.

Na de operatie krijgt u eerste enkele weken gips. Daarna wordt gestart met handtherapie. Ook wanneer u alleen gips krijgt (en dus niet geopereerd bent) wordt u na de gipsbehandeling begeleid door een handtherapeut.

Wanneer u een afspraak maakt bij Xpert Clinic, maken wij voor u een persoonlijke webpagina aan. Op 'Mijn Xpert Clinic' vindt u een overzicht van al uw afspraken voor behandelingen en controles. Maar u leest ook wat u kunt verwachten tijdens het consult, de ingreep en de herstelperiode. U kunt op elk moment inloggen om te zien wat de volgende stap zal zijn en waar u rekening mee moet houden. ‘Mijn Xpert Clinic’ is de plek waar u alles nog eens rustig na kunt lezen. Zo bent u altijd goed voorbereid en weet u precies waar u aan toe bent.

Daarnaast vragen wij u op ‘mijn Xpert Clinic’ een aantal vragenlijsten in te vullen over uw klachten, uw algemene gezondheid en uw ervaring bij Xpert Clinic. Uw gegevens worden verwerkt in het kwaliteitssysteem Pulse. Pulse zorgt ervoor dat u als patiënt de best mogelijke zorg krijgt. Maar het verbetert ook het behandeltraject van de patiënten die na u komen.

Blijf niet lopen met de ziekte van Kienboeck

Onze specialisten hebben een schat aan kennis en ervaring in huis. En dat biedt u de zekerheid dat u altijd de juiste behandeling krijgt.

Maak een afspraak

Waarom kiezen voor Xpert Clinic?

Er zijn in Nederland maar weinig plastisch chirurgen die zich helemaal hebben toegelegd op het gebied van hand- en polschirurgie. De chirurgen van Xpert Clinic hebben deze specialisatie wél. Onze specialisten hebben een schat aan kennis en ervaring in huis. En dat biedt u de zekerheid dat u altijd de juiste behandeling krijgt.

artsen.png

Gespecialiseerde zorg

Bij Xpert Clinic wordt u behandeld door een zeer ervaren en specialistisch team.

wachtlijst.png

Korte wachttijden

Bij Xpert Clinic kunt u snel terecht voor een eerste consult. Wij staan altijd voor u klaar!

zorgverzekeraar.png

Alle operaties vergoed

Alle behandelingen die u ondergaat bij de artsen van Xpert Clinic worden door alle grote zorgverzekeraars volledig vergoed.

24bellen.png

Altijd bereikbaar

Xpert Clinic heeft een Informatiecentrum waar speciaal opgeleide medewerkers u te woord staan.