Slijtage van het onderste spronggewricht

Vaak is de oorzaak van de slijtage van het subtalaire gewricht onduidelijk, soms ontstaat het ten gevolge van een vroeger doorgemaakt letsel, instabiliteit, aangeboren afwijkingen, een infectie of auto-immuun aandoening zoals reumatoïde arthritis. Ten gevolge van de slijtage wordt het gewricht vaak stijf en pijnlijk. Ook treedt er vaak zwelling op.

Het doel van de operatie is om de pijn te verminderen/weg te nemen. Dit wordt bereikt door de versleten delen aan elkaar vast te maken. Het wordt hierdoor moeilijker om op oneffen terrein te lopen, maar vaak is de beweeglijkheid reeds erg beperkt door de slijtage dat dit weinig extra beperkingen oplevert. Meer dan 10 jaar na de operatie is ongeveer 75% van de patiënten tevreden met het resultaat; 84% heeft echter wel (acceptabele) pijn in de voet, waarschijnlijk ten gevolge van toename van slijtage in de naastgelegen gewrichten.

De operatie kan deels via een kijkoperatie worden uitgevoerd of via de reguliere “open” procedure. De botten lijken wat minder snel vast te groeien als een “open” procedure wordt toegepast.

Operatie

er worden 2 incisies van ongeveer 1 cm aan de achterzijde naast de achillespees gemaakt. Er wordt een glasvezel kijkbuis (arthroscoop) ter plaatse van het subtalaire gewricht gebracht die aangesloten is op een camera. Het enkelgewricht en het onderste sprongewricht worden, voor zover mogelijk bekeken en de beelden worden zichtbaar op een monitor. Instrumentarium wordt ingebracht waarmee de resterende kraakbeenlaag van het sprongbeen en hielbeen wordt verwijderd. Vaak is het hiervoor nodig om een 3e incisie van 1-2cm. aan de voor-buitenzijde van de enkel te maken om voldoende ruimte te creeëren. Er wordt gezorgd voor goed bloedende botuiteinden. In de juiste stand worden de botten aan elkaar geschroefd. Meestal gebeurt dit vanuit de hiel, alwaar derhalve dan nog een incisie nodig is. De wondjes worden gehecht en er wordt een drukkend verband, met daaronder eventueel pleisters, aangelegd. Er wordt een looplaars aangelegd.

er wordt een incisie van ongeveer 8 cm aan de buitenzijde van de voet gemaakt. De spierbuik van de korte tenenstrekker wordt losgemaakt. Het kapsel van het onderste spronggewricht wordt geopend. De resterende kraakbeenlaag wordt van het sprongbeen en hielbeen verwijderd. Er wordt gezorgd voor goed bloedende botuiteinden. In de juiste stand worden de botten aan elkaar gezet met krammen of schroeven. De wond wordt gehecht en er wordt een drukkend verband, met daaronder eventueel een pleister, aangelegd. Er wordt een looplaars aangelegd.

Uw behandelaars

Vestigingen

Alle vestigingen