TMT-1 arthrodese

In het overgrote deel van de gevallen wordt het TMT-1 gewricht vastgezet indien er sprake is van een forse scheefstand van de grote teen (hallux valgus) met begeleidende toegenomen beweeglijkheid van het TMT-1 gewricht, vaak bestaat er dan ook een forse spreid-(plat)voet. Andere redenen om het TMT-1 gewricht vast te zetten zijn slijtage of ter correctie van de voetvorm. Deze folder behandelt het vastzetten van het TMT-1 gewricht in verband met een scheefstand van de grote teen.

De oorzaak van scheefstand van de grote teen is vaak onbekend. Waarschijnlijk speelt modieus (te smal en hoog) schoeisel een grote rol. Vrouwen hebben er vaker last van dan mannen. Vaak “komt het in de familie voor”. Andere factoren die van invloed zijn zijn voetafwijkingen zoals platvoeten en/of grote flexibiliteit van de voetgewrichten. De naastliggende tenen kunnen ook een standsafwijking ontwikkelen doordat ze worden “weggeduwd” door de grote teen of overbelast raken. Er ontstaat een botbobbel aan de binnenzijde van de voet ter plaatse van het gewricht tussen het middenvoetsbeentje en het 1e kootje van de grote teen (MTP-I).

Het doel van de operatie is om de pijnklachten te verminderen/weg te nemen en de stand van de grote teen te corrigeren, gemiddeld wordt 9° correctie van de hoek tussen het 1e en 2e middenvoetsbotje bereikt en wordt 20° correctie van de hoek tussen het middenvoetsbotje en 1e kootje van de grote teen bereikt. Ongeveer 90% van de patienten is tevreden met het resultaat.

Voor informatie over eventuele gelijktijdig geopereerde andere tenen verwijzen wij u naar de informatiefolder “hamerteencorrectie”.

Operatie

Er wordt een incisie van ongeveer 6cm over het TMT-1 gewricht gemaakt. Het kapsel wordt geopend en het (resterende) kraakbeen wordt verwijderd. Er wordt gezorgd voor goed bloedende botuiteinden en vervolgens wordt het middenvoetsbeentje in de juiste positie gebracht en vastgeschroefd aan het voetwortelbeentje.

Indien de scheefstand van de grote teen hiermee onvoldoende gecorrigeerd is wordt vervolgens een incisie van ongeveer 2 cm gemaakt aan de bovenzijde van de voet tussen de grote teen en de tweede teen. De verkorte structuren aan de buitenzijde van het MTP-I gewricht worden losgemaakt. Hierna wordt een incisie aan de binnenzijde van de voet gemaakt ter plaatse van het MTP-I gewricht. Het gewrichtskapsel wordt geopend en de botbobbel wordt afgezaagd. Indien nog steeds onvoldoende correctie van de stand van de grote teen is bereikt wordt het middenvoetsbeentje doorgezaagd (hiervoor bestaan verschillende technieken) en het deel ter plaatse van het MTP-I gewricht wordt richting de 2e teen opgeschoven. In deze gecorrigeerde stand worden de botstukken aan elkaar geschroefd. Het gewrichtskapsel wordt overlappend gehecht voor extra correctie van de stand van de teen.

De wond/wonden wordt/worden gesloten en er wordt een verband aangelegd, met daaronder eventueel pleisters. Er wordt een looplaars aangelegd.

Uw behandelaars

Vestigingen

Alle vestigingen