Slijtage van het enkelgewricht

Soms is de oorzaak van de slijtage van het enkelgewricht gewricht onduidelijk, vaak ontstaat het ten gevolge van een vroeger doorgemaakt letsel of instabiliteit. Andere oorzaken kunnen zijn:

  • aangeboren afwijkingen
  • een infectie
  • auto-immuun aandoening zoals reumatoïde arthritis.

Ten gevolge van de slijtage wordt het gewricht vaak stijf en pijnlijk. Ook treedt er vaak zwelling op. Het doel van de operatie is om de pijn te verminderen/weg te nemen. Dit wordt bereikt door de versleten/afwijkende delen, in de juiste stand, aan elkaar vast te maken. Hierdoor wordt het iets lastiger om de voet af te wikkelen tijdens het lopen. Vaak is de beweeglijkheid reeds erg beperkt door de slijtage en levert dit weinig extra beperkingen op. Het vastzetten van het enkelgewricht is een betrouwbare procedure voor het verminderen van pijnklachten en beperkingen die u ervaart.

Gemiddeld 9 jaar na de operatie heeft 57% van de patiënten (acceptabele) pijn in de enkel en/of voet, mogelijk ten gevolge van toename van slijtage in de naastgelegen gewrichten en 47% gebruikt dan een hulpmiddel (schoenaanpassing, wandelstok etc). Gemiddeld 9 jaar na de operatie is 91% van de patiënten tevreden met het resultaat.

De operatie kan deels via een kijkoperatie worden uitgevoerd of via de reguliere “open” procedure. De botten lijken wat minder snel vast te groeien als een “open” procedure wordt toegepast.

Behandeling in het kort

Er worden 2 incisies van ongeveer 1 cm aan de voorzijde van het enkelgewricht gemaakt. Er wordt een glasvezel kijkbuis (arthroscoop) in het enkelgewricht gebracht die aangesloten is op een camera. De beelden worden zichtbaar op een monitor. Instrumentarium wordt ingebracht waarmee de resterende kraakbeenlaag van het scheenbeen en sprongbeen wordt verwijderd. Er wordt gezorgd voor goed bloedende botuiteinden. In de juiste stand worden de botten aan elkaar geschroefd, met 2 of 3 schroeven die via kleine incisies onder rontgendoorlichting worden geplaatst. De wondjes worden gehecht en er wordt een drukkend verband, met daaronder eventueel pleisters, aangelegd. Er wordt een looplaars aangelegd.

Er wordt een incisie van ongeveer 6 cm aan de binnenzijde van de enkel gemaakt. De “binnenknokkel” (mediale malleolus) wordt schuin afgezaagd. Vervolgens wordt een incisie van ongeveer 8 cm aan de buitenzijde van de enkel gemaakt. Het kuitbeen wordt
doorgezaagd en opzij gehouden. De spierbuik van de korte tenenstrekker wordt losgemaakt. Het kapsel van het onderste spronggewricht wordt geopend. De resterende kraakbeenlaag van het scheenbeen, kuitbeen en sprongbeen wordt verwijderd. Er wordt gezorgd voor goed bloedende botuiteinden. In de juiste stand worden de botten aan elkaar gezet met platen en/of schroeven. De wonden wordt gehecht en er wordt een drukkend verband, met daaronder eventueel een pleister, aangelegd. Er wordt een looplaars aangelegd.

Uw behandelaars

Vestigingen

Alle vestigingen