Slijtage van het kniegewricht

Vaak is de oorzaak van de slijtage van het kniegewricht onduidelijk, soms ontstaat het ten gevolge van een vroeger doorgemaakt letsel, eerdere operatie (bvb (gedeeltelijke verwijdering van de meniscus), instabiliteit, een infectie of een auto-immuun aandoening zoals reumatoïde arthritis. Ten gevolge van de slijtage wordt het gewricht vaak stijf en pijnlijk. Ook treedt er vaak zwelling op.

Het doel van de operatie is om de pijn te verminderen/weg te nemen. Dit wordt bereikt door de versleten delen te vervangen door een prothese. De beweeglijkheid van de knie is, in het algemeen, ruim voldoende voor algemene dagelijkse bezigheden en fietsen. Hurken en knielen lukt echter in het algemeen niet meer. De knie voelt nooit meer helemaal “normaal” aan. Het kan wel een jaar duren voordat het eindresultaat bereikt is. Een gedeelte van de patiënten houdt in enige mate klachten na de operatie. Vaak wordt hiervoor geen goede verklaring gevonden. Zelfs tot 5 jaar na de operatie kan er, bij sommige patiënten een geleidelijke vermindering van de pijn optreden.

Knieprothese

In het algemeen bestaat de prothese uit metaal (titanium, cobalt-chroom) en/of kunststof (polyethyleen) dat speciaal voor medische toepassingen is ontwikkeld. De door ons gebruikte knieprotheses hebben een revisiepercentage van minder dan 5% na 5-10 jaar. Indien noodzakelijk is reviseren van de knieprothese in het algemeen goed uitvoerbaar.

Operatie

De operatie wordt verricht onder bloedleegte. Hierdoor kan het bovenbeen na de operatie pijnlijk aanvoelen. Er wordt een incisie gemaakt aan de voorzijde van de knie. Het strekapparaat van de knie wordt geopend en de knieschijf opzij gehouden. Al het kraakbeen van het boven- en onderbeen wordt afgezaagd en het bot van het boven- en onderbeen worden verder voorbereid voor het kunnen plaatsen van de prothese. De prothese wordt met botcement vastgezet aan het bot. In principe wordt de achterkant van de knieschijf niet vervangen door een prothese omdat hierdoor het operatieresultaat niet verbetert. Er wordt lokale verdoving ingespoten om sneller en met minder pijn te kunnen starten met de revalidatie. Het strekapparaat wordt met hechtingen gesloten. De wond wordt gesloten met hechtingen of nietjes. Er wordt een drukkend verband aangelegd, met daaronder eventueel een pleister.

Uw behandelaars

Vestigingen

Alle vestigingen