Lokale beschadiging van het kraakbeen van het kniegewricht

Vaak is de oorzaak van een lokale beschadiging van het kraakbeen van het kniegewricht onduidelijk. Soms ontstaat het ten gevolge van een letsel of een doorbloedingsstoornis. Het veroorzaakt vaak pijn en zwelling. Indien een stukje kraakbeen los is geraakt kan dit slot- en/of instabiliteitsklachten veroorzaken.

Het doel van de operatie is om de pijn te verminderen/weg te nemen. Een microfractuur procedure levert de beste resultaten op bij defecten kleiner dan 4 cm2 . Het resultaat van de behandeling is onder andere afhankelijk van de grootte van het defect (beste resultaten bij defecten kleiner dan 2 cm2 ), uw leeftijd, gewicht en activiteitenniveau. In de meest recente wetenschappelijke literatuur wordt beschreven dat na 10 jaar nog steeds verbeterde functionaliteit bestaat. Ook zijn er na 10 jaar nog steeds verminderde klachten ten opzichte van voor de operatie aanwezig. Er blijven echter wel klachten en beperkingen bestaan ten opzichte van mensen zonder beschadiging van het kraakbeen van de knie.

Operatie

Er worden 2 sneetjes van ongeveer 1 cm aan de voorzijde van de knie gemaakt. Er wordt een glasvezel kijkbuis (arthroscoop) in de knie gebracht die aangesloten is op een camera. De binnenkant van de knie wordt in zijn geheel bekeken en de beelden worden zichtbaar op een monitor. Instrumentarium wordt ingebracht waarmee de beschadigde randen van het kraakbeen worden verwijderd zodat een stabiele kraakbeenrand rondom het defect ontstaat. De bodem van het defect wordt schoongemaakt zodat het onderliggende bot zichtbaar is. Met een priem worden gaatjes gemaakt in het bot om herstelcellen de mogelijkheid te geven het defect op te vullen. De wondjes worden gesloten met hechtpleisters en er wordt een drukkend verband aangelegd.

Het traject, stap voor stap

  • Hulpmiddelen: na de operatie loopt u zes weken met krukken. De krukken dient u voorafgaand aan de operatie te verzorgen (via bijvoorbeeld een thuiszorgwinkel) en mee te nemen naar de operatielocatie.
  • Medicatie: voorafgaand aan de operatie heeft u een recept voor pijnstillers, bloedverdunners en eventueel een maagbeschermer thuis gestuurd gekregen. Deze medicatie dient u, samen met een doosje paracetamol, in huis te halen.
  • Roken: roken verhoogt de kans op complicaties na elke operatie. Er is onder andere een verhoogde kans op het optreden van een infectie, wondhelingsstoornissen, het niet of vertraagd vastgroeien van botten en algemene complicaties als een trombosebeen, hart- of herseninfarct, longontsteking etc. Elke week dat u, voorafgaand aan de operatie, niet rookt helpt om uw verhoogde kans op complicaties te verminderen. Na 6-8 weken is het verhoogde risico op complicaties met ongeveer 50% afgenomen. Hoe langer u het roken staakt, hoe beter. Ook kortdurend stoppen helpt dus om de verhoogde kans op complicaties te verlagen. Wij adviseren u dan ook dringend om uw uiterste best te doen het roken (tijdelijk) te staken. Vraag zo nodig uw huisarts om begeleiding.

De anesthesioloog van de betreffende operatielocatie zal, op korte termijn, een consult met u voeren. Hierbij wordt uw algehele gezondheid beoordeeld. Soms is het nodig om gegevens bij andere behandelaars op te vragen en/of verdere onderzoeken te verrichten. De anesthesioloog bespreekt met u welke medicijnen u niet of juist wel moet innemen voorafgaand aan de operatie en hoe lang u bepaalde medicatie voorafgaand aan de operatie dient te staken. Samen met de anesthesioloog kiest u voor de vorm van verdoving.

Uw behandelaars

Vestigingen

Alle vestigingen