Lokale beschadiging van het kraakbeen van het enkelgewricht

Soms is de oorzaak van een lokale beschadiging van het kraakbeen van het enkelgewricht onduidelijk. Vaak ontstaat het ten gevolge van een letsel (één of meerdere enkelverzwikking(en)) of een doorbloedingsstoornis. Het veroorzaakt vaak pijn en zwelling. Indien een stukje kraakbeen los is geraakt kan dit slot- en/of instabiliteitsklachten veroorzaken. De beschadiging meestal in het sprongbeen. Indien de beschadinging in het kraakbeen van het scheenbeen zit zijn de resultaten van de behandeling slechter dan hieronder beschreven qua pijn en functionaliteit.

Het doel van de operatie is om de pijn te verminderen/weg te nemen. Het resultaat van de behandeling lijkt met name afhankelijk van de grootte van het defect (beste resultaten bij kleindere defecten). Tot 12 jaar na de behandeling functioneren patiënten vergelijkbaar met gezonde personen en 74% van de patiënten vindt de enkel goed functioneren; 20% vind de enkel redelijk functioneren na 12 jaar. Werkhervatting lukt 94% en sporthervatting 88% van de patiënten. Na 12 jaar is er bij 33% van de patiënten een toename van de mate van slijtage op röntgenfoto’s zichtbaar. De operatie is in ongeveer 85% van de patiënten succesvol. Bij ongeveer 10% van de patiënten is binnen 1-2 jaar na de operatie opnieuw een operatie noodzakelijk.

Operatie

Meestal kan de procedure middels een kijkoperatie worden verricht. Afhankelijk van de plek in het gewricht waar de beschadiging zich bevindt zal dit gebeuren via 2 sneetjes aan de voor- of achterkant van de enkel. Er wordt een glasvezel kijkbuis (arthroscoop) in de enkel gebracht die aangesloten is op een camera. Het enkelgewricht wordt, voor zover mogelijk bekeken en de beelden worden zichtbaar op een monitor. Instrumentarium wordt ingebracht waarmee de beschadigde randen van het kraakbeen worden verwijderd zodat een stabiele kraakbeenrand rondom het defect ontstaat. De bodem van het defect wordt schoongemaakt zodat het onderliggende bot zichtbaar is. Met een priem worden gaatjes gemaakt in het bot om herstelcellen de mogelijkheid te geven het defect op te vullen. De wondjes worden gesloten met een hechting en er wordt een drukkend verband, met daaronder eventueel pleisters aangelegd.

Uw behandelaars

Vestigingen

Alle vestigingen