Beschadiging van het heupgewricht gaat doorgaans gepaard met ernstige klachten. Deze kunnen worden verholpen door het plaatsen van een heupprothese. Deze ingreep, die begin jaren zestig is ontwikkeld, is een van de meest succesvolle orthopedische operaties. In Nederland worden er per jaar meer dan 24.000 totale heupprothesen geplaatst. Dit aantal zal de komende jaren door de vergrijzing nog sterk stijgen.

Het heupgewricht

Het heupgewricht is een zogenaamd kogelgewricht. Het bestaat uit een kop en een kom. De kop van het gewricht zit boven aan het dijbeen en het komgedeelte bevindt zich in het bekken. Kop en kom zijn bekleed met gewrichtskraakbeen. Hierdoor kan het gewricht goed bewegen en kan het worden belast. Een stevig kapsel en diverse sterke spieren houden het gewricht op zijn plaats. Aan de voorzijde van het heupgewricht lopen de slagader en de ader van het been en de zenuw voor de strekspieren van de knie. Aan de achterzijde loopt een andere belangrijke zenuw. Deze loopt naar de spieren van het onderbeen.

Oorzaken van heup artrose

Er zijn verschillende oorzaken die kunnen leiden tot beschadiging van het heupgewricht. De meest voorkomende is de gewone slijtage (artrose) op oudere leeftijd. Bij aangeboren heupafwijkingen, zoals heupdysplasie, is er een verhoogde kans op artrose. Hierbij wordt het gewricht overbelast door onderontwikkeling van de heup kom. Andere oorzaken die leiden tot beschadiging van het heupgewricht zijn: een ongeval, bijvoorbeeld een botbreuk, of gewrichtsziekten zoals reumatoïde artritis en bepaalde botziekten.

Gevolgen van artrose

Artrose kan leiden tot pijnklachten. Vaak is er sprake van nachtelijke pijn. Er ontstaat stijfheid van het gewricht en de loopafstand wordt beperkt. Bij toename van de gewrichtsbeschadiging zullen ook de klachten geleidelijk toenemen. Dan is het moment gekomen om een operatieve behandeling te overwegen.

De mogelijkheden

Afhankelijk van de oorzaak van uw klachten en uw leeftijd zijn er verschillende behandelmogelijkheden. Op jongere leeftijd, dat wil zeggen beneden de 60 jaar, heeft een standscorrectie (osteostomie) van het dijbeen soms de voorkeur en bij aangeboren heupafwijkingen kan een verbetering van de kom (pandakplastiek) uitkomst brengen. Dit kan echter alleen succesvol zijn als de artrose nog niet ernstig is. Deze brochure geeft informatie over een totale heupprothese. Als uw orthopeed een totale heupprothese heeft geadviseerd worden de heupkom en de heupkop door een prothese vervangen. Dit kan door verschillende “benaderingen” van de heup.

De benaderingen

Meestal wordt er bij de totale heup prothese gebruik gemaakt van de buitenste benadering. Hierbij wordt aan de zijkant van de heup de buitenste heupspier voor een deel los gemaakt om bij het kapsel van de heup te komen. Deze spier wordt aan het einde van de operatie weer terug gehecht. Dit is een betrouwbare methode welke al jaren met goede resultaten wordt gebruikt. Maar omdat er een deel van de spier moet worden losgemaakt, is de voorste benadering bedacht om spierschade te beperken. Door een natuurlijke ruimte tussen spieren aan de voorzijde te nemen ontstaat er geen spierschade waardoor theoretisch een sneller herstel mogelijk moet zijn. Alhoewel veel orthopedische heup experts er van overtuigd zijn dat deze benadering beter is, is dit nog niet wetenschappelijk bewezen. Alhoewel formaat van litteken en locatie van het litteken veel minder belangrijk zijn dan goede plaatsing en lange levensduur van de prothese, kan het voor de patiënt wel een belangrijk item zijn. Het is mogelijk om de anterieure benadering via een bikinilijn incisie te verrichten. Bij gebruik van deze incisie valt het litteken weg in de liesplooi. Dus de voordelen van snel herstel en een moeilijk zichtbaar litteken. De voorste benadering is echter niet voor iedere patiënt weggelegd. Bij patiënten met een BMI (body-massindex) boven de 35 is de voorste benadering te lastig om toe te passen. De prothese is dan niet goed te plaatsen. Bovendien hebben mensen met obesitas meer kans op complicaties zoals infectie.

Het traject, stap voor stap

Na het openen en gedeeltelijk verwijderen van het gewrichtskapsel wordt de versleten heupkop verwijderd. Hierna kan het komgedeelte van de prothese geplaatst worden. Tot slot wordt de steel met de kop in het dijbeen geplaatst De kom en de steel van de prothese zijn van titanium. De kom heeft een binnenkom van kunststof (polyethyleen). De kop is van keramiek. Meestal wordt er een cementloze heupprothese geplaatst. Deze wordt, na voorbereiding van het bot, stevig klemvast gezet in het bot en moet daarna vastgroeien. De operatie duurt gewoonlijk ongeveer 1 uur. 

Uw operatiegegevens en uitkomsten worden geregistreerd voor kwaliteitsbewaking. Dit betekent voor u dat u vragenlijsten over uw heup krijgt voor en na de operatie. Indien u hier bezwaar tegen heeft kunt u dit kenbaar maken aan uw behandelend specialist. 

De anesthesioloog zal, op korte termijn, een consult met u voeren. Hierbij wordt uw algehele gezondheid beoordeeld. Soms is het nodig om gegevens bij andere behandelaars op te vragen en/of verdere onderzoeken te verrichten. De anesthesioloog bespreekt met u welke medicijnen u niet of juist wel moet innemen voorafgaand aan de operatie en hoe lang u bepaalde medicatie voorafgaand aan de operatie dient te staken. Samen met de anesthesioloog kiest u voor de vorm van verdoving. Over het algemeen wordt er bij de totale heup prothese via de voorste benadering gekozen voor algehele narcose omdat hierbij spierverslapping mogelijk is. Maar ook een ruggenprik is mogelijk. Het is belangrijk dat u al uw medicijnen meeneemt als u naar het vooronderzoek op de screeningspoli gaat. U kunt ook een lijstje meenemen waar uw medicijnen op staan of een geneesmiddelen paspoort, als u die heeft.

Als u bloedverdunnende medicijnen, zoals Sintrom(mitis), Marcoumar, Aspirine, kinderaspirine of Ascal gebruikt, dient u dit tijdens uw bezoek aan de screeningspoli te melden. U hoort van de arts hoeveel dagen vóór de operatie u met deze medicijnen moet stoppen. Als u niet tijdig gestopt bent met bloedverdunnende medicijnen, loopt u kans dat de operatie, wegens het gevaar van mogelijke nabloedingen, niet op de afgesproken datum door kan gaan.

Met het gebruik van Ascal, Aspirine e.d. mag u in principe dóórgaan, echter het gebruik hiervan dient óók gemeld te worden. U heeft na dit intake gesprek aansluitend een gesprek met de ziekenhuisapotheker om uw medicatie correct te registreren.

Hulpmiddelen & zorg na ontslag: hulpmiddelen (onder andere krukken) zijn noodzakelijk en vaak is extra zorg nodig tijdens de revalidatieperiode. Bij al deze zaken kan een ergotherapeut u helpen. Meer informatie staat in de folder hulpmiddelen.

Medicatie & pleisters: bij ontslag heeft u een recept voor pijnstillers, bloedverdunners en eventueel een maagbeschermer meegekregen. U haalt dit op bij de ziekenhuis apotheek bij het verlaten van het ziekenhuis.

Zorg dat u alle informatie heeft doorgelezen en weet waar u op welk tijdstip moet zijn. Bij twijfel kunt u bellen naar 088 778 52 23.

De dag van de operatie

  • Eten/drinken: in principe mag u 6 uur vóór de operatie niet meer eten of drinken, met uitzondering van heldere vloeistoffen (water, thee, limonade) die u tot maximaal 2 uur voor de operatie nog mag drinken. Indien de anesthesioloog een afwijkend advies heeft gegeven dient u zich aan die instructies te houden.
  • Persoonlijke verzorging: u mag het operatiegebied in de week voor de operatie niet meer scheren. Op de dag van de operatie moet u zich niet meer insmeren met bodylotion o.i.d. U mag geen nagellak, make-up, sieraden en contactlenzen dragen. Zorg voor makkelijk zittende kleding.
  • Opname: u meldt zich op het afgesproken tijdstip in de kliniek.
  • Operatie: u wordt naar de operatiekamer gebracht alwaar u wordt aangesloten op apparatuur die de hartslag, bloeddruk en andere parameters registreert. Er vindt een laatste controle plaats met het hele operatieteam, waarna de verdoving wordt toegediend.

Na de operatie gaat u naar de uitslaapkamer. Hier worden regelmatig uw pols en bloeddruk gecontroleerd. De anesthesioloog beoordeelt wanneer u naar de afdeling terug mag. Ook op de verpleegafdeling worden regelmatig temperatuur, bloeddruk en polsslag gecontroleerd. Na de operatie hebt u een infuus in uw arm voor toevoer van vocht en indien noodzakelijk voor een bloedtransfusie. Voor de behandeling van de napijn krijgt u eerst goede pijnstilling. Wanneer u verdoving door middel van een ruggenprik heeft gehad, kunnen uw benen nog enige tijd doof en gevoelloos blijven aanvoelen.

De eerste paar dagen rust uw been in een beenlade. Hierdoor krijgt uw heup rust. Om de positie van de prothese te controleren worden de dag na de operatie röntgenfoto’s gemaakt.

De fysiotherapeut speelt een belangrijke rol bij de revalidatie. Zo gauw u uit bed kunt, kan de looptraining onder begeleiding van de fysiotherapeut beginnen. De revalidatie tijdens de opname is vooral gericht op een zo groot mogelijke zelfstandigheid. Dat houdt in: het lopen met hulpmiddelen, het opstaan en gaan zitten, oefeningen om de heupspieren sterker te maken, oefeningen om de beweeglijkheid van de heup te verbeteren en, indien nodig, trappen lopen. In de revalidatieperiode in het ziekenhuis wordt het soort hulpmiddelen waarmee u naar huis gaat bepaald. Dat kunnen krukken zijn of een looprek. Door het lopen met hulpmiddelen zijn er natuurlijk beperkingen in het zelfstandig thuis kunnen functioneren. U kunt de beperkingen die u thuis kunt verwachten met de fysiotherapeut doornemen. U kunt bij de fysiotherapeut terecht met al uw vragen over lopen en bewegen en wat u wel en niet mag doen.

Het geopereerde been mag gedurende de eerste 6 weken na de operatie met 2 elleboogkrukken belast worden op geleide van pijn, kracht en coördinatie. In de regel moet u tot ongeveer 6 weken na de operatie met een hulpmiddel blijven lopen. Meer informatie over het lenen of kopen van hulpmiddelen kunt u lezen in onze folder “Krukken of andere hulpmiddelen nodig?” Deze folder is aanwezig op de polikliniek, de afdeling fysiotherapie en de verpleegafdeling. U mag met krukken niet zelf autorijden. Na 6 weken kunt u indien, kracht, coördinatie en pijn dit toelaten weer autorijden. Het is belangrijk te voorkomen dat u na de operatie een trombosebeen ontwikkelt. Daarom krijgt u, gedurende de eerste 6 weken, éénmaal per dag, middels een prikje, het medicijn fraxiparine toegediend. Tijdens de opname leert de verpleegkundige u hoe u de fraxiparine thuis zelf kunt toedienen.

Wij streven naar een zo kort mogelijke opnameduur. Dat betekent dat u bij een goed verloop na ongeveer 1-3 dagen naar huis kunt. Ontslag kan ook betekenen overplaatsing naar een revalidatie instituut voor een periode van enkele weken. Als er (nog) geen plaats is in het revalidatie instituut, wordt er samen met u naar een andere oplossing gezocht. Soms bent u inmiddels al zo goed hersteld dat het alsnog mogelijk is om naar uw eigen huis te gaan. Dergelijke besluiten worden altijd in overleg met uw specialist genomen. Het is heel gewoon dat u zich na ontslag de eerste tijd niet 100% fit voelt. Het lichaam heeft tijd nodig om zich na een operatie te kunnen herstellen.

U wordt op regelmatige tijden voor controle teruggezien op de polikliniek orthopedie: twee weken na de operatie komt u op de poli bij de arts-assistent orthopedie voor wondcontrole en hechtingen verwijderen. Zes weken na de operatie komt u op de poli van uw eigen specialist met een controle röntgenfoto. Drie maanden na de operatie bezoekt u zo nodig wederom uw specialist. De laatste controle is in beginsel één jaar na de operatie, hierna alleen nog controle bij klachten.

Zoals bij iedere operatie, zijn ook aan een heup prothese via de voorste benadering risico’s verbonden. De risico’s van de verdoving kunt u bespreken met de anesthesioloog. Risico’s van de operatie zelf zijn:

  • Stoornissen in de wondgenezing zoals een bloeduitstorting of een wondlekkage
  • Wondinfectie. Om dit te voorkomen krijgt iedere patiënt tijdens de operatie antibiotica. Ook op langere termijn kan er een infectie van de heupprothese optreden.
  • Een tak van een huidzenuw kan door rek tijdens de operatie irriteren of beschadigen. Dit geeft een dove of gevoelloze plek op het bovenbeen. Dit komt tussen de 2 en 15% van de operaties voor. In de meeste gevallen is dit na 12 maanden hersteld. De functie van de heup wordt hierdoor niet beïnvloed en wordt zelden als hinderlijk ervaren. Een zeldzame complicatie is een blijvend pijnlijke plek aan de voorkant van het bovenbeen.
  • Ondanks de bloed verdunnende medicijnen die u voorgeschreven krijgt is er een risico op het krijgen van trombosebeen of longembolie.
  • Tijdens het plaatsen van de prothese, kan er een scheur of zelfs een breuk in het bot ontstaan.
  • Tijdens de ingreep kan er besloten worden hier een ijzeren kabel om het bot heen te leggen. Na de operatie mag u dan niet volledig belasten.
  • Het ontstaan van verkalkingen in het kapsel. Bepaalde geneesmiddelen kunnen dit voorkomen. Zonodig schrijft uw orthopeed deze medicijnen voor.

Verder is er, door het plaatsen van de prothese, een risico van 1 – 2% dat de heup door een onverhoedse beweging uit de kom raakt (luxatie). Dit komt doordat bij de operatie een gedeelte van het gewrichtskapsel wordt verwijderd om goed bij het gewricht te kunnen. Wat u zelf kunt doen om risico’s te beperken:

  • Wij adviseren u om tot 6 weken na de operatie niet op de geopereerde heup te gaan liggen. Het nieuwe gewricht is een kunstgewricht en is daardoor altijd kwetsbaar. Zware lichamelijke inspanningen en sport kunnen de levensduur van het nieuwe gewricht bekorten. Bespreek daarom met uw orthopeed welke sporten u kunt uitoefenen en welke bewegingen u zeker moet vermijden. Het risico van “uit de kom raken” kunt u beperken door in de herstelfase na de operatie onverhoedse bewegingen en diep bukken te vermijden. Maak daarom gebruik van een goede hoge stoel en een toiletverhoging. Wanneer u in bed van uw rug naar de goede zijde draait, mag uw geopereerde been niet te veel naar binnen of naar buiten kantelen. Een kussen tussen uw benen kan dat voorkomen.

Roken verhoogt de kans op complicaties na elke operatie. Er is onder andere een verhoogde kans op het optreden van een infectie, wondhelingsstoornissen, het niet of vertraagd vastgroeien van botten en algemene complicaties als een trombosebeen, hart- of herseninfarct, longontsteking etc. Elke week dat u, voorafgaand aan de operatie, niet rookt helpt om uw verhoogde kans op complicaties te verminderen. Na 6-8 weken is het verhoogde risico op complicaties met ongeveer 50% afgenomen. Hoe langer u het roken staakt, hoe beter. Ook kortdurend stoppen helpt dus om de verhoogde kans op complicaties te verlagen. Wij adviseren u dan ook dringend om uw uiterste best te doen het roken (tijdelijk) te staken. Vraag zo nodig uw huisarts om begeleiding.

De belangrijkste reden om een totale heup operatie te verrichten is pijn en beperking. Binnen de orthopedie is het gebruikelijk om dit te meten met PROMS (patient reported outcome measurements). Voor de heup wordt meestal de HOOS (Hip Osteoarthritis Outcome Score) gebruikt. Deze score gaat van 0 tot 100, waarbij 0 de slechtste score is en 100 de beste score is. Een score van 100 is voor u als heup patiënt ook na een arthroscopie meestal niet haalbaar, maar een goede verbetering is zeker te behalen. U krijgt geen perfecte heup maar een min of meer pijnvrije heup waar u goed mee kunt functioneren.

Er is veel bekend over de korte termijn resultaten van de voorste heup benadering, maar de lange termijn resultaten zijn nog niet beschreven. Er is weinig tot niets bekend of de benadering van het heupgewricht van invloed is op de overleving van de prothese. Wel weten we dat het ontwerp van de heupprothese, de positionering van de prothese en de daarbij bereikte biomechanica bepalend is voor de overleving van de prothese. Binnen 10 jaar na de operatie is er een kleine kans dat de prothese “los gaat zitten”. Na 10 jaar neemt dat risico toe. Loslating van de prothese gaat meestal, maar niet altijd, gepaard met pijnklachten. Ook kan op termijn slijtage van de prothese ontstaan. Een heroperatie met vervanging van de prothese kan dan noodzakelijk zijn.

Redenen om met spoed contact op te nemen kunnen zijn: een nabloeding, onhoudbare pijn en/of tekenen van infectie (koorts, onbelastbaarheid, zwelling en/of uitvloed van troebel vocht/pus).
Bij problemen na ontslag neemt u tijdens kantooruren contact op met 088 778 52 23.
In dringende situaties kunt u buiten kantooruren contact opnemen met 06 2241 4345.

Ik heb nog pijn na de operatie, is dat normaal?
Bij iedere operatie hoort postoperatieve pijn, hiervoor heeft u ook pijnstillers meegekregen. Bij toename pijn of heftige pijn die niet reageert op pijnstilling moet u contact opnemen met uw arts.

Hoe lang moet ik met krukken lopen?
We raden ongeveer 6 weken krukken aan, maar als lopen al eerder zonder krukken gaat, dan mogen ze ook eerder afgebouwd worden. U vindt deze info in de overdracht van de fysiotherapeut.

Mag ik douchen?
U mag douchen als de wond droog is.

Hoe regel ik krukken?
Krukken kunt u aanschaffen in het ziekenhuis, via de gipskamer. Of lenen via de Thuiszorgwinkel bij u in de buurt.

Na mijn operatie heb ik pijnklachten.
Hebt u pijnklachten na een operatie door de orthopedisch chirurg? Dan kunt u contact opnemen met het secretariaat polikliniek Orthopedie.

Kan ik eerder terecht op het spreekuur dan de eerstvolgend geplande controleafspraak?
Voor het vervroegen van de eerste controleafspraak na uw operatie. De orthopedisch chirurg zal beoordelen of een eerdere afspraak zinvol is en u zo nodig eerder te zien.

Is jaarlijkse controle nodig?
In principe is alleen controle bij klachten nodig na het afsluiten van de revalidatie.

Mijn medicijnen zijn op. Hoe kom ik aan een herhaalrecept?
Voor een tussentijds herhaalrecept voor uw medicijnen kunt u terecht bij uw huisarts. De huisarts heeft een actueel overzicht van de medicijnen die u gebruikt.

Ik heb veel pijnklachten. Kan ik medicijnen tegen de pijn krijgen?
Voor medicijnen tegen de pijn kunt u terecht bij uw huisarts. De orthopedisch chirurg schrijft deze alleen voor u voor als u op consult komt.

Ik moet fraxiparine (antistollingsmedicatie) gebruiken na mijn operatie. Hoe lang moet ik hiermee door blijven gaan?
Antistollingsmedicatie is nodig wanneer u niet/weinig mobiel bent. U krijgt deze vaak voorgeschreven na een operatie. In principe maakt u het aantal antistollingsmedicijnen (fraxiparine) op die de arts heeft voorgeschreven. Standaard wordt na een een totale heup prothese 6 weken gegeven.

Wanneer mag ik weer autorijden?
De wetgever heeft bepaald dat u dat zelf het best kunt beoordelen. Echter een goede stelregel is het moment dat u zonder krukken loopt.

Mag ik weer sporten?
Dit is een zeer individuele vraag die niet algemeen te beantwoorden is, bespreek dit met uw orthopedisch chirurg.

Uw behandelaars

Vestigingen

Alle vestigingen