Er kunnen verschillende redenen zijn om een heuparthroscopie te verrichten: kraakbeen beschadigingen, labrum letsels, slijmvliesafwijkingen, afwijkingen van
ligamenten en ontsteking kunnen ermee bekeken en behandeld worden. De meest voorkomende redenen om een heuparthroscopie te verrichten zijn: labrum letsel en impingement. Beide afwijkingen worden hieronder uitgelegd.

Redenen voor heuparthroscopie

Inklemming van het heupgewricht kan bij bepaalde bewegingen optreden indien er een anatomische afwijking bestaat. De oorzaak is vaak niet duidelijk. Soms bestaat er een aangeboren afwijking (standsafwijking van de heupkom/-kop) of is er tijdens de groei een letsel geweest (afglijden van de heupkop). De afwijking die de inklemming veroorzaakt, is vaak een prominente botrichel op de overgang heupkop/-hals (CAM laesie) of op de heupkom (Pincer laesie), of een standsafwijking van het heupgewricht (heupdysplasie/ coxa profunda/ retroversie van het acetabulum). Het labrum kan hierdoor beschadigd worden of deels los komen te liggen. Het veroorzaakt pijn in de lies of de bil (bij bepaalde bewegingen) en leidt mogelijk op latere termijn tot versnelde slijtage van het heupgewricht.

Labrumletsel komt meestal voor bij een vormafwijking of impingement, zelden is er alleen een labrumletsel. Echter door overbelasting of een ongeval kan er wel een geisoleerd labrumletsel  optreden. Indien het labrum gescheurd is, wordt altijd beoordeeld of het weer gehecht kan worden. Indien het te beschadigd is wordt het beschadigde deel verwijderd.

De psoas pees is een pees die over het voorste kapsel van de heup loopt en helpt met het optillen (flecteren) van het been. De psoaspees kan chronisch geïrriteerd zijn en liespijn geven. We zien dit vaker bij dysplasie heupen, maar ook bij niet optimaal geplaatste heupprothesen. Operatief kan de psoaspees verlengd worden middels een kijkoperatie.

De operatie

Om in het heupgewricht te kunnen komen met instrumentarium wordt de heup een stukje uit de kom getrokken door aan de voet te trekken, waarbij het bekken wordt tegengehouden met een steun tegen het schaambeen.

Er wordt één incisie van ongeveer 2 cm aan de zijkant en één incisie van ongeveer 2 cm aan de voorzijde van de heup gemaakt. Er wordt een glasvezel kijkbuis (arthroscoop) in het heupgewricht gebracht, die aangesloten is op een camera. De beelden worden zichtbaar op een monitor. Via de andere incisie wordt instrumentarium ingebracht waarmee de kwaliteit van het kraakbeen kan worden beoordeeld en eventuele behandelbare afwijkingen (CAM laesie, Pincer laesie of labrumletsel) kunnen worden verholpen. De wondjes worden gesloten met een hechting en er worden pleisters aangelegd.

  • Diagnostische kijkoperatie: bij onzekerheid of pijnklachten daadwerkelijk veroorzaakt worden door een afwijking in het heupgewricht kan een kijkoperatie worden verricht ter diagnostiek. Dit wordt echter zelden gedaan.
  • CAM laesie: de botrichel wordt weggeslepen, waarna er geen contact meer optreedt tussen de rand van de kom en de heuphals.
  • Pincer laesie: de botrichel wordt weggeslepen, waarna er geen contact meer optreedt tussen de rand van de kom en de heuphals. Hiervoor dient echter wel eerst het labrum te worden losgemaakt. Na verwijdering van de botrichel wordt het labrum met een of meer botankers teruggehecht.
  • Labrum letsel: indien het labrum van voldoende kwaliteit is kan het worden teruggehecht. Hiervoor wordt de plek op de heupkom waar het oorspronkelijk vast zat schoongemaakt en wordt het met een of meer botankers teruggehecht. Indien het labrum teveel beschadigd is wordt het beschadigde deel verwijderd.
  • Psoas impingment: indien de psoaspees klachten geeft, kan deze in het pezigedeel worden doorgenomen, hierdoor ontstaat een verlenging.
  • Andere oorzaken: er zijn zeldzame oorzaken om een heuparthroscopie te doen. Bijvoorbeeld impingement buiten het gewricht (subspine impingement, ischiofemoral impingement, pelvitrochanteric impingement), maar ook afwijkingen van het slijmvlies zoals synoviale chondromatose of PVNS kunnen deels behandeld worden met een heuparthroscopie.

Het traject, stap voor stap

Uw operatiegegevens en uitkomsten worden geregistreerd voor kwaliteitsbewaking. Dit betekent voor u dat u vragenlijsten over uw heup krijgt voor en na de operatie. Indien u hier bezwaar tegen heeft, kunt u dit kenbaar maken aan uw behandelend specialist.

De anesthesioloog zal, op korte termijn, een consult met u voeren. Hierbij wordt uw algehele gezondheid beoordeeld. Soms is het nodig om gegevens bij andere behandelaars op te vragen en/of verdere onderzoeken te verrichten. De anesthesioloog bespreekt met u welke medicijnen u niet of juist wel moet innemen voorafgaand aan de operatie en hoe lang u bepaalde medicatie voorafgaand aan de operatie dient te staken. Samen met de anesthesioloog kiest u voor de vorm van verdoving.

Over het algemeen wordt er bij heuparthroscopieen gekozen voor algehele narcose, omdat hierbij spierverslapping mogelijk is en de kans op tractie gerelateerde complicaties dan kleiner is. Het is belangrijk dat u al uw medicijnen meeneemt als u naar het vooronderzoek op de screeningspoli gaat. U kunt ook een lijstje meenemen waar uw medicijnen op staan of een geneesmiddelen paspoort, als u die heeft.

Als u bloedverdunnende medicijnen, zoals Sintrom(mitis), Marcoumar, Aspirine, kinderaspirine of Ascal gebruikt, dient u dit tijdens uw bezoek aan de screeningspoli te melden. U hoort van de arts hoeveel dagen vóór de operatie u met deze medicijnen moet stoppen. Als u niet tijdig gestopt bent met bloedverdunnende medicijnen, loopt u kans dat de operatie, wegens het gevaar van mogelijke nabloedingen, niet op de afgesproken datum door kan gaan.
Met het gebruik van Ascal, Aspirine e.d. mag u in principe dóórgaan. Echter, het gebruik hiervan dient óók gemeld te worden.

Hulpmiddelen & zorg na ontslag: hulpmiddelen (onder andere krukken) zijn noodzakelijk en vaak is extra zorg nodig tijdens de revalidatieperiode. Bij al deze zaken kan een ergotherapeut u helpen. Meer informatie staat in de folder hulpmiddelen.

Medicatie & pleisters: bij ontslag heeft u een recept voor pijnstillers, bloedverdunners en eventueel een maagbeschermer meegekregen. U haalt dit op bij de ziekenhuis apotheek bij het verlaten van het ziekenhuis.

Zorg dat u alle informatie heeft doorgelezen en weet waar u op welk tijdstip moet zijn. Bij twijfel kunt u bellen naar 088 778 52 23 of 06 2241 4345.

De dag van de operatie

  • Eten/drinken: in principe mag u 6 uur vóór de operatie niet meer eten of drinken, met uitzondering van heldere vloeistoffen (water, thee, limonade) die u tot maximaal 2 uur voor de operatie nog mag drinken. Indien de anesthesioloog een afwijkend advies heeft gegeven dient u zich aan die instructies te houden.
  • Persoonlijke verzorging: u mag het operatiegebied in de week voor de operatie niet meer scheren. Op de dag van de operatie moet u zich niet meer insmeren met bodylotion o.i.d. U mag geen nagellak, makeup, sieraden en contactlenzen dragen. Zorg voor makkelijk zittende kleding.
  • Opname: u meldt zich op het afgesproken tijdstip in de kliniek.
  • Operatie: u wordt naar de operatiekamer gebracht alwaar u wordt aangesloten op apparatuur
    die de hartslag, bloeddruk en andere parameters registreert. Er vindt een laatste controle plaats met het hele operatieteam, waarna de verdoving wordt toegediend.
  • Na de operatie: u wordt naar de recovery gebracht, alwaar u door gespecialiseerde verpleegkundigen wordt gecontroleerd en verzorgd. Daar wordt uw operatiepijn en eventueel ander ongemak zoals misselijkheid met medicijnen behandeld. Meestal komt de chirurg nog langs om te vertellen hoe de operatie is verlopen.
  • Ontslag: de totale opnameduur bedraagt meestal 2 dagen (1 nacht). Hierna gaat u met ontslag.

Dag 1 na de operatie

  • U wordt uit bed gehaald en de revalidatie wordt, onder leiding van de fysiotherapeut, gestart.
  • U krijgt uitleg over het prikken van de bloedverdunners

Nabehandeling

  • Vervoer naar huis: dient u zelf te regelen. U moet onder begeleiding naar huis en kunt niet zelf autorijden. Aangepast vervoer is niet nodig.
  • Wondzorg: De eerste dagen kan de wond nog nalekken, dit komt door het water wat bij de kijkoperatie gebruikt is. Een goede pleister houdt dit tegen.
  • Medicatie: U gebruikt paracetamol 1000mg 4x per dag en diclofenac 50 mg 3x per dag gedurende 4 weken. Hiernaast mag u de voorgeschreven pijnstillers gebruiken op geleide van de pijn. Indien u ook een maagbeschermer (pantozol 20mg) voorgeschreven hebt gekregen gebruikt u deze 1x per dag zolang u diclofenac gebruikt. De bloedverdunner (i.h.a. fraxiparine) gebruikt u 1x per dag gedurende 6 weken. BELANGRIJK: de diclofenac is naast pijnstiller ook ter voorkoming van verkalkingen, zie complicaties.
  • Belastbaarheid: Dit is afhankelijk van wat er tijdens de operatie is gebeurd.
    De fysiotherapeut neemt dit met u door voor u naar huis gaat. Meestal kan na 6 weken het gebruik van de krukken worden afgebouwd. De totale revalidatie duurt ongeveer 3-6 maanden. Autorijden mag u weer doen op het moment dat u verantwoord kunt deelnemen aan het verkeer (“noodingreep” kan maken), autorijden als u nog niet zonder krukken kunt lopen, is niet toegestaan.

Zoals bij iedere operatie, zijn ook aan een heuparthroscopie risico’s verbonden. De risico’s van de verdoving kunt u bespreken met de anesthesioloog of nalezen in de brochure over narcose. Risico’s van de operatie zelf zijn:

  • Stoornissen in de wondgenezing zoals een bloeduitstorting of een wondlekkage.
  • Het ontstaan van verkalkingen in het kapsel. Door gebruik van Diclofenac is deze kans laag, zonder diclofenacgebruik is er rond de 40% kans. Dus belangrijk om de voorgeschreven medicatie te gebruiken.

Roken verhoogt de kans op complicaties na elke operatie. Er is onder andere een verhoogde kans op het optreden van een infectie, wondhelingsstoornissen, het niet of vertraagd vastgroeien van botten en algemene complicaties als een trombosebeen, hart- of herseninfarct, longontsteking etc. Elke week dat u, voorafgaand aan de operatie, niet rookt helpt om uw verhoogde kans op complicaties te verminderen. Na 6-8 weken is het verhoogde risico op complicaties met ongeveer 50% afgenomen. Hoe langer u het roken staakt, hoe beter. Ook kortdurend stoppen helpt dus om de verhoogde kans op complicaties te verlagen. Wij adviseren u dan ook dringend om uw uiterste best te doen het roken (tijdelijk) te staken. Vraag zo nodig uw huisarts om begeleiding.

De belangrijkste reden om te opereren is pijn en beperking. Binnen de orthopedie is het gebruikelijk om dit te meten met PROMS (patient reported outcome measurements). Voor de heup wordt meestal de HOOS (Hip Osteoarthritis Outcome Score) gebruikt. Deze score gaat van 0 tot 100, waarbij 0 de slechtste score is en 100 de beste score is. Een score van 100 is voor u als heup patiënt ook na een arthroscopie meestal niet haalbaar, maar een goede verbetering is zeker te behalen. U krijgt geen perfecte heup maar een min of meer pijnvrije heup waar u goed mee kunt functioneren.

2019-01-09 12_36_49-SLZ9816 Heuparthroscopie.pdf (BEVEILIGD) - Adobe Acrobat Reader DC.png

Met name in de heupen waarbij er door impingement al kraakbeen schade is en heupen die labrumletsel hebben door een dysplastische vorm is er een kans dat er in de toekomst een kunstheup nodig is. Het doel van de kijkoperatie is echter is om dit te voorkomen, echter indien er al veel schade is zal het slechts uitstel zijn.

Redenen om met spoed contact op te nemen kunnen zijn: een nabloeding, onhoudbare pijn en/of tekenen van infectie (koorts, onbelastbaarheid, zwelling en/of uitvloed van troebel vocht/pus). Bij problemen na ontslag neemt u tijdens kantooruren contact op met 088 778 52 23.

In dringende situaties kunt u buiten kantooruren contact opnemen met 06 2241 4345.

Uw behandelaars

Vestigingen

Alle vestigingen