U heeft met uw orthopedisch chirurg besproken dat u in aanmerking komt voor een enkelprothese. In deze folder kunt u lezen wat dat inhoudt. De informatie is algemeen van aard. Als u naar aanleiding hiervan nog vragen hebt over uw persoonlijke situatie, dan kunt u deze bij uw volgende bezoek aan de arts stellen. U kunt uw vragen ook opschrijven en meenemen.

Het enkelgewricht

Het enkelgewricht maakt beweging mogelijk tussen het onderbeen en de achtervoet en wordt ook wel het bovenste spronggewricht genoemd. Het enkelgewricht bestaat uit drie botstukken. Dat zijn de uiteinden van het onderbeen: het scheenbeen (tibia), het kuitbeen (fibula) en één botstuk uit de achtervoet, het sprongbeen. Het onderste spronggewricht ofwel voetwortel gewricht wordt gevormd door twee gewrichts vlakken onder het sprongbeen en twee gewrichtsvlakken aan de bovenzijde van het hielbeen.

Een gezond enkelgewricht maakt bewegingen in verschillende richtingen mogelijk. Zo kan de voet 20° omhoog bewegen en 30°naar beneden. Ter hoogte van het onderste spronggewricht kan de voet 30° naar binnen draaien en 20° naar buiten.

Oorzaken van enkelproblemen

Pijnklachten van het enkelgewricht ontstaan doorgaans door slijtage (artrose) van het enkelgewricht. Deze artrose kan het gevolg zijn van reumatische gewrichtsontstekingen. Artrose komt ook voor bij vroeger doorgemaakte enkelfracturen, vooral als het fractuur in een afwijkende stand is geheeld. Verder kan er artrose ontstaan na veelvuldig ‘zwikken’ van de enkel waardoor de enkelbanden door onvoldoende werking overrekt zijn (chronische enkelbandinsufficiëntie). Gewoonlijk worden deze pijnklachten eerst conservatief behandeld. Dat wil zeggen met behulp van pijnstillers en een steunzool of steunkous.

Indicatie voor een enkelprothese

Als conservatieve therapie onvoldoende helpt kan een operatieve ingreep nodig zijn om de pijnklachten te verhelpen. Er kan worden gekozen voor het vastzetten van de enkel (arthrodese). Arthrodese wordt op dit moment veelal gezien als een standaardbehandeling. Als deze operatie succesvol is, ontstaat hiermee een pijnvrije en goed belastbare situatie. Dit gaat echter ten koste van de beweeglijkheid van het gewricht, wat op langere termijn tot klachten van overbelasting in de voetwortel kan leiden.

De beweeglijkheid van de enkel kan behouden blijven door het plaatsen van een enkelprothese. Met de 2e generatie protheses zijn goede middellange termijnresultaten beschreven. Een belangrijke voorwaarde daarbij is, dat er tijdens de operatie ook een goede stand van de enkel en de achtervoet bereikt kan worden.

Om voor een operatie in aanmerking te komen gelden de volgende indicaties:

  • Het enkelgewricht reageert niet op conservatieve behandeling;
  • De röntgenfoto laat een duidelijk aangetast enkelgewricht zien;
  • De pijn is van dien aard dat lang staan (meer dan 15 minuten) zonder steun niet mogelijk is, het lopen beperkt is tot minder dan 1000 meter en er, ook in rust, sprake is van pijn.

In onderstaande situaties is er sprake is van contra-indicaties, waardoor men niet in aanmerking komt voor een enkelprothese:

  • Als er sprake is van een infectie in het operatiegebied of elders;
  • Bij een slechte doorbloeding;
  • Bij een ernstig tekort aan botsubstantie in het te opereren gebied;
  • Bij niet behandelbare afwijkingen aan de heup of het kniegewricht;
  • Bij niet te corrigeren standsafwijkingen van de enkel of voetwortel.

De enkelprothese

De enkelprothese bestaat uit drie delen: Een tibia component die in de tibia (scheenbeen) een talus component die in de talus (sprongbeen) wordt geplaatst. Beide componenten zijn gemaakt van een chromium-cobalt legering, een materiaal dat sinds de 50-er jaren gebruik is voor heup- en knieprothese, Het materiaal wordt goed verdragen door het lichaam en heeft een grote sterkte en mate van slijtvastheid., Tussen beide metalen delen bevindt zich een kunststof (polyethyleen) lager dan vrij tussen de componenten kan bewegen. De hier afgebeelde Triple-A© -prothese heeft als bijzonderheid dat de metalen delen voorzien zijn van een Titanium-nitride keramische coating voor optimale wrijvingsarme beweging. Daar waar deze componenten contact maken met bot zijn ze voorzien van een poreuze structuur van zuiver Titanium met daarop een bio-keramiek voor snelle en hechte ingroei van het bot.

Door de driedimensionale beweging die nodig zijn voor een normale beweging van de enkel te splitsen ontstaat een prothese die alle bewegingen toelaat maar waarbij ook de nodige stabiliteit gewaarborgd wordt.
Deze prothese laat een 15 graden beweging naar boven, 35 graden naar beneden en een onbeperkte draaiing toe.

De operatie kan plaatsvinden onder narcose of ruggenprik, u bespreekt deze keuze met de anesthesist bij het vooronderzoek anesthesie.

Om infectie in het operatiegebied te voorkomen worden op de operatiekamer antibiotica via het infuus toegediend.

Tijdens de operatie staat de orthopedisch chirurg aan het voeteneinde van de operatietafel. Nadat deze op de voorzijde van de enkel een incisie heeft gemaakt kan de voorzijde van het enkelgewricht vrij geprepareerd worden.

Daarna verwijdert de arts de onderzijde van het gewrichtsvlak van het scheenbeen en streeft daarbij naar een horizontaal vlak met een kanteling van 5°naar voren. Het niveau en richting van deze zaagsnede wordt bepaald door met röntgen uit te lijnen op heup en knie. Een richtdraad wordt onder röntgen controle geplaatst in het sprongbeen en vervolgens wordt het sprongbeen middels frees voorbereid voor het plaatsen van de taluscomponent. Hierna begint het proefpassen met proefprotheses en proeflagers, waarna de definitieve prothese kan worden geplaatst. De prothese wordt cementloos geplaatst. Indien nodig wordt aanvullend een achillespeesverlenging of enkelbandherstel gedaan. Daarna worden de diverse lagen gehecht en een tijdelijke kartonnen spalk aangelegd.

 

Uw operatiegegevens worden geregistreerd in de Landelijke Registratie Orthopaedische Implantaten. Indien u hier bezwaar tegen heeft kunt u dit kenbaar maken aan uw behandelend specialist. Voor verdere informatie verwijzen wij naar: http://www.lroi.nl/nl/patienteninformatie/voor_u

Het traject, stap voor stap

De anesthesioloog zal, op korte termijn, een consult met u voeren. Hierbij wordt uw algehele gezondheid beoordeeld. Soms is het nodig om gegevens bij andere behandelaars op te vragen en/of verdere onderzoeken te verrichten. De anesthesioloog bespreekt met u welke medicijnen u niet of juist wel moet innemen voorafgaand aan de operatie en hoe lang u bepaalde medicatie voorafgaand aan de operatie dient te staken. Samen met de anesthesioloog kiest u voor de vorm van verdoving.

Het is belangrijk dat u al uw medicijnen meeneemt als u naar het vooronderzoek op de screeningspoli gaat. U kunt ook een lijstje meenemen waar uw medicijnen op staan of een geneesmiddelen paspoort, als u die heeft.

Als u bloedverdunnende medicijnen, zoals Sintrom(mitis), Marcoumar, Aspirine, kinderaspirine of Ascal gebruikt, dient u dit tijdens uw bezoek aan de screeningspoli te melden. U hoort van de arts hoeveel dagen vóór de operatie u met deze medicijnen moet stoppen. Als u niet tijdig gestopt bent met bloedverdunnende medicijnen, loopt u kans dat de operatie, wegens het gevaar van mogelijke nabloedingen, niet op de afgesproken datum door kan gaan.

Met het gebruik van Ascal, Aspirine e.d. mag u in principe dóórgaan, echter het gebruik hiervan dient óók gemeld te worden.

U heeft na dit intake gesprek aansluitend een gesprek met de ziekenhuisapotheker om uw medicatie correct te registreren.

Hulpmiddelen & zorg na ontslag: hulpmiddelen (onder andere krukken) zijn noodzakelijk en vaak is extra zorg nodig tijdens de revalidatieperiode. Bij al deze zaken kan een ergotherapeut u helpen.
Medicatie en pleisters: bij ontslag heeft u een recept voor pijnstillers, bloedverdunners en eventueel een maagbeschermer meegekregen. U haalt dit op bij de ziekenhuis apotheek bij het verlaten van het ziekenhuis.
Zorg dat u alle informatie heeft doorgelezen en weet waar u op welk tijdstip moet zijn. Bij twijfel kunt u bellen naar 088-778 52 23.

De dag van de opname

  • Eten/drinken: in principe u 6 uur vóór de operatie niet meer eten of drinken, met uitzondering van heldere vloeistoffen (water, thee, limonade) die u tot maximaal 2 uur voor de operatie nog mag drinken. Indien de anesthesioloog een afwijkend advies heeft gegeven dient u zich aan die instructies te houden.
  • Persoonlijke verzorging: u mag het operatiegebied in de week voor de operatie niet meer scheren. Op de dag van de operatie moet u zich niet meer insmeren met bodylotion o.i.d. U mag geen nagellak, make-up, sieraden en contactlenzen dragen. Zorg voor makkelijk zittende kleding.
  • Opname: u meldt zich op het afgesproken tijdstip in de kliniek.
  • Operatie: u wordt naar de operatiekamer gebracht alwaar u wordt aangesloten op apparatuur die de hartslag, bloeddruk en andere parameters registreert. Er vindt een laatste controle plaats met het hele operatieteam, waarna de verdoving wordt toegediend.
  • Na de operatie: u wordt naar de recovery gebracht, alwaar u door gespecialiseerde verpleegkundigen wordt gecontroleerd en verzorgd. Daar wordt uw operatiepijn en eventueel ander ongemak zoals misselijkheid met medicijnen behandeld. Meestal komt de chirurg nog langs om te vertellen hoe de operatie is verlopen.
  • Ontslag: de totale opnameduur bedraagt meestal 2 dagen (1 nacht). Hierna gaat u met ontslag

Dag 1 na de operatie

  • Er wordt een röntgenfoto van uw enkel gemaakt (soms wordt deze reeds gemaakt op de dag van operatie);
  • U wordt naar de gipskamer gebracht waar de wond gecontroleerd wordt en u een definitief gips krijgt.
  • U wordt uit bed gehaald en de revalidatie wordt, onder leiding van de fysiotherapeut, gestart;
  • U krijgt uitleg over het prikken van de bloedverdunners.

U mag het ziekenhuis verlaten en gaat thuis verder met het revalideren.

  • Vervoer naar huis: dient u zelf te regelen. U moet onder begeleiding naar huis en kunt niet zelf autorijden. Aangepast vervoer is niet nodig.
  • Wondzorg: Uw wond zit verpakt onder het gips, wondzorg zal plaatsvinden tijdens de policontroles. Wel is het van belang het gips droog te houden.
  • Medicatie: U gebruikt paracetamol 1000mg 4x per dag. Hiernaast mag u de voorgeschreven pijnstillers gebruiken op geleide van de pijn. Indien u ook een maagbeschermer (pantozol 20mg) voorgeschreven hebt gekregen gebruikt u deze 1x per dag zolang u diclofenac gebruikt. De bloedverdunner (i.h.a. fraxiparine) gebruikt u 1x per dag gedurende 6 weken.
  • Belastbaarheid: De eerste twee weken heeft u onbelast gips, u mag dan niet op het been staan. Daarna heeft u vier weken loopgips, hier mag u wel op steunen. Na 6 weken zal het gips verwijderd worden en zullen de krukken worden afgebouwd. De totale revalidatie duurt ongeveer 3-6 maanden. Autorijden mag u weer doen op het moment dat u verantwoord kunt deelnemen aan het verkeer (“noodingreep” kan maken), autorijden met gips is niet toegestaan.

Zoals bij iedere operatie, zijn ook aan het plaatsen van een enkelprothese risico’s verbonden. De risico’s van de verdoving kunt u bespreken met de anesthesioloog.

Stoornissen in de wondgenezing zoals een bloeduitstorting of een wondlekkage

2019-01-09 09_48_13-SLZ9761 Enkelprothese.pdf (BEVEILIGD) - Adobe Acrobat Reader DC.png

Wondinfectie. Om dit te voorkomen krijgt iedere patiënt tijdens de operatie antibiotica. Ook op langere termijn kan er een infectie van de enkelprothese optreden.

2019-01-09 09_48_24-SLZ9761 Enkelprothese.pdf (BEVEILIGD) - Adobe Acrobat Reader DC.png

Zenuwletsel tijdens de operatie waardoor gevoels-stoornissen kunnen ontstaan.

2019-01-09 09_48_24-SLZ9761 Enkelprothese.pdf (BEVEILIGD) - Adobe Acrobat Reader DC.png

Ondanks de bloedverdunnende medicijnen die u voorgeschreven krijgt is er een risico op het krijgen van trombosebeen of longembolie.

2019-01-09 09_48_41-SLZ9761 Enkelprothese.pdf (BEVEILIGD) - Adobe Acrobat Reader DC.png

Bewegingsbeperking door vorming van kapselverklevingen. Gemiddeld wordt dezelfde beweeglijkheid bereikt als voor de operatie.

2019-01-09 09_48_50-SLZ9761 Enkelprothese.pdf (BEVEILIGD) - Adobe Acrobat Reader DC.png

Roken verhoogt de kans op complicaties na elke operatie. Er is onder andere een verhoogde kans op het optreden van een infectie, wondhelingsstoornissen, het niet of vertraagd vastgroeien van botten en algemene complicaties als een trombosebeen, hart- of herseninfarct, longontsteking etc. Elke week dat u, voorafgaand aan de operatie, niet rookt helpt om uw verhoogde kans op complicaties te verminderen. Na 6-8 weken is het verhoogde risico op complicaties met ongeveer 50% afgenomen. Hoe langer u het roken staakt, hoe beter. Ook kortdurend stoppen helpt dus om de verhoogde kans op complicaties te verlagen.

De belangrijkste reden om een versleten enkel te opereren is pijn en beperking. Binnen de orthopedie is het gebruikelijk om dit te meten met PROMS (patient reported outcome measurements). Voor de enkel wordt meestal de FAOS (Foot and Ankle Outcome Score) gebruikt. Deze score gaat van 0 tot 100, waarbij 0 de slechtste score is en 100 de beste score is. Een score van 100 is voor u als enkel patiënt ook na een prothese (of vastzetten) niet haalbaar, maar een goede verbetering is zeker te behalen. U krijgt geen perfecte enkel maar een min of meer pijnvrije enkel waar u goed mee kunt functioneren.

Geen enkele prothese gaat eeuwig mee, vroeg of laat kan er altijd loslating of slijtage van de prothese optreden. Soms kan een enkelprothese dan vervangen worden voor een nieuwe, maar het kan ook zijn dat het bot zo is aangetast dat het gewricht alsnog vastgezet moet worden.

  • Er wordt vaak gevraagd hoe lang een prothese mee gaat, dit is echter niet te voorspellen, we kunnen alleen gemiddelde waarden van een grote groep geven.
  • Bij prothesen spreken we van overleving, het percentage dat na een aantal jaar nog functioneert.
  • Als bijvoorbeeld na 10 jaar nog 90 van de 100 prothese functioneren en 10 dus vervangen of vastgezet zijn is de overleving op 10 jaar 90%. Het is echter nooit van tevoren te voorspellen bij welke groep u als specifieke patiënt hoort.

Redenen om met spoed contact op te nemen kunnen zijn: een nabloeding, onhoudbare pijn en/of tekenen van infectie (koorts, onbelastbaarheid, zwelling en/of uitvloed van troebel vocht/pus).
Bij problemen na ontslag neemt u tijdens kantooruren contact op met 088 778 52 23.
In dringende situaties kunt u buiten kantooruren contact opnemen met 06 2241 4345.

Ik heb nog pijn na de operatie, is dat normaal?
Bij iedere operatie hoort post-operatieve pijn, hiervoor heeft u ook pijnstillers meegekregen. Bij toename pijn of heftige pijn die niet reageert op pijnstilling moet u contact opnemen met uw arts.

Hoe lang moet ik gips om?
U krijgt in principe 6 weken gips, waarvan de eerste 2 weken onbelast. Daarna mag u op het gips staan. Indien de duur van onbelast anders is bij u heeft u dit duidelijk te horen gekregen van uw arts.

Mag ik douchen?
U mag douchen, maar uw gips mag niet nat worden. Op de gipskamer kunnen ze u hierover informeren.

Hoe regel ik krukken?
Krukken kunt u aanschaffen in het ziekenhuis, via de gipskamer. Of lenen via de Thuiszorgwinkel bij u in de buurt.

Ik heb last van het gips.
Mogelijk zit uw gips te strak waardoor u klachten krijgt. U kunt contact opnemen met de Gipskamer en zij helpen u dan verder. In de weekenden of in avond adviseren wij u contact op te nemen met de Spoedeisende Hulp.

Na mijn operatie heb ik pijnklachten. Kan ik eerder terecht op het spreekuur dan de eerstvolgend geplande controleafspraak?
Heeft u pijnklachten na een operatie door de orthopedisch chirurg? Dan kunt u contact opnemen  voor het vervroegen van de eerste controleafspraak na uw operatie. De orthopedisch chirurg zal beoordelen of een eerdere afspraak zinvol is en u zo nodig eerder te zien.

Is Fysiotherapie nodig?
Zolang u gips heeft kan fysiotherapie nodig zijn om te leren lopen met krukken. Na het verwijderen gips is voor een enkelprothese fysiotherapie niet altijd nodig. Uw orthopeed bespreekt dit met u na het verwijderen van het gips.

Is jaarlijkse controle nodig?
De landelijke richtlijn adviseert jaarlijks röntgen controle voor enkelprothesen. Wij ondersteunen dit advies.

Mijn medicijnen zijn op. Hoe kom ik aan een herhaalrecept?
Voor een tussentijds herhaalrecept voor uw medicijnen kunt u terecht bij uw huisarts. De huisarts heeft een actueel overzicht van de medicijnen die u gebruikt.

Ik heb veel pijnklachten. Kan ik medicijnen tegen de pijn krijgen?
Voor medicijnen tegen de pijn kunt u terecht bij uw huisarts. De orthopedisch chirurg schrijft deze alleen voor u voor als u op consult komt.

Ik moet fraxiparine (antistollingsmedicatie) gebruiken na mijn operatie. Hoe lang moet ik hiermee door blijven gaan?
Antistollingsmedicatie is nodig wanneer u niet/weinig mobiel bent. U krijgt deze vaak voorgeschreven na een operatie. In principe maakt u het aantal antistollingsmedicijnen (fraxiparine) op die de arts heeft voorgeschreven. Standaard wordt na enkelprothese dit 6 weken gegeven.

Ik heb een enkelprothese en moet een behandeling bij de tandarts ondergaan. Moet ik hiervoor antibiotica gebruiken en hoe kom ik aan een recept?
Nee, volgens de huidige richtlijn is dit niet nodig.

Wanneer mag ik weer autorijden?
De wetgever heeft bepaald dat u dat zelf het best kunt beoordelen. Echter een goede stelregel is het moment dat u zonder krukken loopt. Met gips mag u geen auto besturen (uitgezonderd gips links in een automaat).

Uw behandelaars

Vestigingen

Alle vestigingen