Value Based Healthcare - The way to go

23 juli 2016

Interview met drs. Peter Hoppener en drs. Reinier Feitz

Aantoonbaar beter zorg tegen de laagste kosten. Daar zijn beide heren het roerend over eens. Maar hoe kun je dat het beste doen? Wordt een patiënt beter door uitkomstmetingen of is het alleen goed voor de verzekeraar? Is de toekomst aan Value Based Healthcare of is het een tijdelijke trend? En welke rol kan Shared Decision Making gaan spelen? Divisievoorzitter Zorg van VGZ, Peter Hoppener en Reinier Feitz, mede-oprichter en medisch directeur van Xpert Clinic in gesprek.

Hoe ziet de ideale zorgaanbieder eruit?

Peter Hoppener: “De ideale zorgaanbieder is goedkoop en hartstikke goed. Kosten en kwaliteit moeten in combinatie goed zijn. En dat meten we aan de hand van harde criteria. We brengen alle zorgaanbieders in kaart en hebben zeer bewust geïnvesteerd in een eigen systeem waarmee we op veel factoren en op een aantal vaste momenten allerlei ingrepen meten. We combineren data die we van zorgaanbieders krijgen met eigen gegevens en data van andere partijen. De kwaliteit van heuprevisies bijvoorbeeld meten we aan de hand van 16 verschillende criteria.”

Reinier Feitz: “Wij meten bij al onze patiënten langs drie assen: kwaliteit, klantbeleving en kosten. De ideale zorgaanbieder is voor mij de zorgaanbieder die alle drie de assen in beeld heeft en er goed op meet en stuurt.” Wat betekent dat voor de toekomst?

Peter Hoppener: “De lat gaat absoluut omhoog. Niet door meer normen aan te leggen of te gaan meten op meer criteria, maar omdat we van aanbieders minder afwijkingen en toleranties zullen accepteren. In het belang van onze verzekerden.”

Reinier Feitz: “En de lat kan ook omhoog. Wij delen onze meetinformatie met onze artsen. In het begin deden we dat anoniem. Nu niet meer: elke arts wil weten hoe hij presteert en wordt beoordeeld ten opzicht van de anderen. Het is zelfs een reden waarom specialisten zich bij ons aansluiten. Het zorgt voor een stimulerende omgeving. We willen ons werk elke dag beter doen. Zo leggen we samen de lat steeds hoger.

Peter Hoppener: “Dat merken wij ook. Onze data is spiegelinfo voor zorgaanbieders en hun peers. We delen data en krijgen daar positieve reacties op. Het stimuleert onderlinge reflectie en samenwerking tussen zorgaanbieders. Ze zoeken elkaar op om van elkaar te leren.”

Is de ideale zorgaanbieder voor een patiënt dezelfde als de ideale zorgaanbieder voor een verzekeraar?

Peter Hoppener: “Ik vind van wel, maar of de patiënt zich dat altijd realiseert weet ik niet. Wij meten heel veel criteria, langs dezelfde drie assen als Reinier zojuist noemde. De klant heeft een beleving van de kwaliteit. Dat is andere kwaliteit dan waar wij op meten. Wij zijn feitelijker; wij meten breder en dieper. Een patiënt kan niet benchmarken zoals wij dat kunnen. Hij kijkt anders naar het begrip ideale zorgaanbieder dan wij. Ideaal voor de patiënt is misschien dat hij dichtbij geholpen wordt. Maar het kan zijn dat de beste aanbieder voor de patiënt met de beste kwaliteit net iets verder weg is voor hem.

Reinier Feitz: Uiteindelijk zijn patiënten enorm geholpen met de metingen die worden gedaan. Het meten en het delen van onze gegevens met de verzekeraars, stimuleert ons en elke andere zorgaanbieder. Volume, het vaak doen van een behandeling, zorgt ervoor dat onze specialisten steeds bedrevener worden. En dat is allemaal in het voordeel van de patiënt.

Verzekeraars sturen aan op kwaliteit bij hun zorgaanbieders, maar de huisarts is degene die doorverwijst.

Reinier Feitz: “Dat is best een bijzondere situatie. De huisarts heeft de rol van zorgmakelaar. Hij verwijst door, maar op basis van welke criteria? Een huisarts meet niet langs de drie assen. Dat is waarom wij veel energie steken in de contacten met huisartsen. Vaak weten ze nog niet wat focusklinieken als Xpert Clinic voor hun patiënten kunnen betekenen. Door transparant te zijn over onze uitkomsten en door deze met hen te delen, kunnen ze, op basis van objectieve toegevoegde waarde, doorverwijzen.“

Peter Hoppener: “Mijn stellige overtuiging is dat huisartsen graag over die informatie zouden willen beschikken. Daarnaast zijn het ook steeds vaker patiënten die zelf hun keuze maken en op basis van patiëntreferenties hun voorkeur uitspreken voor een zorgaanbieder.”

Value Based Healthcare; is dat een tijdelijke trend of de toekomst?

Reinier Feitz: “Voor mij is het ‘the way to go’. Value Based Healthcare is in onze visie dé manier om in ons werk en onze processen de juiste afweging te maken en betere zorg per bestede euro mogelijk te maken. Voordat het begrip Value Based Healthcare bestond was onze missie al: aantoonbaar betere zorg te leveren tegen lagere kosten voor de samenleving. Met Value Based Healthcare hebben we een filosofie en methodiek die ons helpt om onze missie te realiseren en steeds beter te worden door te meten.”

Peter Hoppener: “Value Based Healthcare heeft een vlucht gekregen door Michael Porter. Maar de gedachte erachter is niet nieuw voor zorgaanbieders. Porter heeft het juist van hen afgekeken. Hij heeft een goed model gemaakt omdat hij de beste ziekenhuizen onderzocht. Die werkten al heel erg goed. Hij heeft gekeken wat ze onderscheidde van andere. De essentie van Value Based Healthcare is om kosten te snijden op plekken waar geen waarde voor de patiënt te behalen is en juist meer kosten te maken waar wèl waarde te behalen is. VGZ kijkt naar kwaliteit, gerelateerd aan zinvolle dingen voor de patiënt, gerelateerd aan kosten. Value Based Healthcare stimuleert dat zorgverleners sterke ketens bouwen binnen hun organisatie. Dat niet ieder voor zich zijn dingetje doet. De ‘value’ kan bij heel veel zorgaanbieders nog omhoog. Er is nog een weg te gaan omdat Value Based Healthcare nog niet overal gebeurt. We staan aan het begin. Het denken is goed uitgewerkt. Er mee werken is twee.”

Reinier Feitz: “Vooral de cirkel rondmaken is lastig. Focussen - meten - resultaten verzamelen – publiceren en dan …verbeteringen doorvoeren. Beleid aanpassen. Dat is het uitdagende deel omdat specialisten daardoor het gevoel kunnen hebben dat je hun professionele autonomie gaat inperken. Je zegt tegen je professionals: “we gaan met z’n allen linksaf”, terwijl ze vroeger zelf bepaalden of ze links, danwel rechts, of rechtdoor gingen.” Een mooi voorbeeld van hoe het goed werkt, is bijvoorbeeld onze anesthesie. In het verleden werkten we afhankelijk van de professional met stroomstootjes of echogeleid. Echogeleid bleek echter aantoonbaar beter te werken. Nu doen we Xpert Clinic breed alle anesthesie echogeleid.

Is er een gevaar voor tunnelvisie als je alles op eenzelfde manier doet?

Reinier Feitz: “Nee juist niet! We staan niet stil. We beschikken over enorm veel eigen data omdat we vanaf de start van Xpert Clinic alles wilden meten. Effecten van bepaalde innovaties die we doen of een andere werkwijze die we testen, kunnen we moeiteloos afzetten tegen de effecten en resultaten van onze bestaande werkwijze. We weten juist sneller dan traditionele partijen of iets beter werkt of niet. We kunnen dus sneller optimaliseren en innoveren. We kunnen innovaties in een kleine groep testen en de resultaten ten opzichte van de grote norm uit de database afzetten.”

Value Based Healthcare. Profiteert de patiënt hiervan?

Reinier Feitz: “Zeker. Wij kunnen de patiënt beter voorlichten omdat we op basis van eigen data weten wat de effecten zijn van een behandeling en weten wat de progressie is die we kunnen boeken. Bovendien, door een gestandaardiseerde manier van werken staat het vast wat je doet en hoe je het doet. Het hangt veel minder af van de persoon die een patiënt behandelt. Heel veel ongewenste variatie is uit het systeem gehaald. Processen zijn goed en leidend, het volume is hoog en iedereen weet wat hij moet doen. Door onze focus en het volume worden onze mensen steeds beter en meer ervaren. Als je als anesthesist 800 blokverdovingen per jaar verricht, heb je geen verrassingen meer bij het uitvoeren van de verdoving.”

Peter Hoppener: “Wat voor een ander improviseren is, is voor jullie routine. De dingen die je routinematig kan doen, moeten we ook zo doen. Daarom is het ook logisch dat we volumenormen hanteren. Iemand die een behandeling maar vier keer per jaar doet, dat kan eigenlijk niet.”

Een andere ontwikkeling is Shared Decision Making. Heeft Shared Decision Making de toekomst?

Peter Hoppener: “Shared Decision Making leidt gemiddeld tot lagere kosten zo blijkt. Terwijl de perceptie oorspronkelijk was dat het de zorg duurder zou maken. Als je de patiënt inspraak geeft, zo was de gedachte, dan gaat hij meer gebruik maken van zorg, dan zal hij meer vragen, duurdere behandelingen willen, etcetera. Je geeft een patiënt eigen regie. Doordat je de patiënt de mogelijkheden aanbiedt die er zijn en de overwegingen laat zien, kan hij heel goed een eigen beslissing nemen die niet betekent dat het duurder wordt. Onderzoek uit de Verenigde Staten wijst dit uit. Bijvoorbeeld in de palliatieve zorg of de oncologie. Patiënten willen niet altijd tot het bittere einde worden behandeld als dat met veel pijn en ongemakken gepaard kan gaan. Een afscheid zonder pijn wordt vaak belangrijker gevonden dan een traject waarin eindeloos wordt doorbehandeld. Dat is iets dat alleen een patiënt kan beslissen. Dat kan een arts nooit doen.”

Ontneem je een professional dan niet de vreugde in het vak?

Peter Hoppener: “We zijn er niet voor de vreugde van de dokter. We zijn er voor de patiënt. Bovendien weet ik uit mijn ervaring met de Sint Maartenskliniek dat dokters die zich specialiseren niet alleen beter worden, maar ook veel inspiratie ontlenen aan de verdieping van hun vak.” Maar je moet de patiënt wel helpen bij zijn keuzes. Als jij als gynaecoloog bijvoorbeeld IVF doet, vertel je paren wat de kansen of effecten zijn van het plaatsen van één of meerdere eitjes. Als paar of patiënt neem je de beslissing, waarom zou de arts die beslissing nemen?

Reinier Feitz: “Mensen kunnen heel goed zelf aangeven wat ze willen. Wij merken dat in onze praktijk. Het is echt niet van deze tijd dat een arts dat alleen bepaalt. Iedereen is door het dagelijks leven getraind en gewend om zelf afwegingen te maken. Kijk naar hoe de wereld is veranderd door alle mogelijk vergelijkingssites. Positieve klantreferenties én het voorspellende vermogen van behandeling op basis van eigen data in plaats van studies van een ander. Dat wordt voor mij de combinatie die de toon gaat zetten.”