Dhr. Kuiper

Dhr. Kuiper

"Dhr. Kuiper had een scaphoid-fractuur. Helaas werd in het ziekenhuis de verkeerde diagnose gesteld, met zeer ingrijpende gevolgen…"

Dhr. Kuiper: “Het verhaal van mijn pols is een ongelooflijk lange geschiedenis. In totaal heb ik er drie jaar mee gelopen, het is echt een trauma wat je meemaakt. Dat heeft me geestelijk enorm veranderd en uiteindelijk zelfs mijn baan gekost. Verschrikkelijk – zeker als je bedenkt dat dat allemaal niet nodig was geweest.

In 2010 ben ik gevallen op mijn hand. De huisarts en de eerste hulp constateerden een gekneusde pols. Dat bleek een verkeerde diagnose. Na een week ben ik weer aan het werk gegaan. De pijn ging maar niet over en na twee maanden werd mijn pols dik. Uit een röntgenfoto bleek toen dat ik een scaphoid-fractuur had. Een fractuur die meestal slecht herstelt, omdat er maar één bloedvaatje doorheen loopt. In het ziekenhuis is mijn pols toen in het gips gezet – achteraf zinloos, omdat het een oude breuk was. Na zes weken bleek de breuk niet hersteld te zijn en moest ik worden geopereerd. Er is er een stukje bot uit mijn heup gehaald en tussen de scaphoid-breuk geplaatst. Dat ging niet goed: bij de controle bleek dat het botblokje van zijn plek gevallen was, aangezien er geen schroefje was gebruikt om het te fixeren. Dus weer een operatie, weer een stukje bot uit mijn heup gehaald en deze keer wel een schroefje erin. Aangezien ze er slecht bij konden is het schroefje anders geplaatst dan eigenlijk had gemoeten waardoor de fixatie nooit goed is geweest. Daarna moest ik heel lang in het gips, omdat er bijna geen botgroei bleek te zijn.

Toen moest ik gaan revalideren. De handtherapeuten vonden dat de schroef een rare positie had, dat was niet gebruikelijk. Na een half jaar besloot men het schroefje er weer uit halen – en toen viel het botje weer uit elkaar.

Inmiddels was ik anderhalf jaar verder. Ik zat al die tijd in de ziektewet want ik kon mijn werk als autoschadehersteller niet uitvoeren. Keer op keer was ik teleurgesteld omdat de behandeling niet aansloeg. Na lang zeuren kon ik opnieuw bij de chirurg terecht en die had nog een laatste optie: mijn pols vastzetten. Maar ik werk met mijn handen en speel keyboard, dus dat wilde ik niet. Op internet had ik over andere behandelmogelijkheden gelezen, maar de arts zei: ‘Wat aan de koffietafel verteld wordt, laten we dat maar vergeten.’ Ik ben toen zo slecht bejegend door mijn arts dat ik weg ben gegaan.

Op internet ben ik gaan zoeken naar een arts voor een second opinion. Ik dacht: ik heb maar één second opinion en die wil ik goed besteden. Ik wil naar een arts die een passie voor zijn vak heeft en er helemaal voor gaat. Op de website van Xpert Clinic las ik de biografie van drs. Feitz en dr. Moojen. De één is naar Engeland en de ander naar Australië gegaan voor hun superspecialisatie, dat voelde goed aan. Ik wist: als ik naar deze artsen ga, hoef ik later nooit spijt te krijgen.

Een week later kon ik terecht bij drs. Feitz. Omdat het bot zo verslechterd was, adviseerde hij matige handtherapie en wondmassage zodat het bot wat kon aansterken. Drs. Feitz zei toen: ‘Dr. Moojen gaat je opereren want hij heeft op dit gebied meer ervaring.’ Dr. Moojen is heel eerlijk tegen me geweest over de toestand van mijn pols. Hij zei: ‘Zoiets heb ik nog nooit gezien. Maar je verdient nog een goede operatie.’

In november 2011 ben ik geopereerd en dat ging goed. In nauwe samenspraak met de handtherapeut werd een hersteltraject uitgestippeld. Dat er rechtstreeks contact was tussen de chirurg en de handtherapeut, vond ik opvallend. Als ik een vraag had stuurde de handtherapeut een sms’je naar de chirurg, en dezelfde dag kreeg ik nog antwoord. Fantastisch.

Eén jaar na een goede, intensieve behandeling, kon het schroefje worden verwijderd. Toen uiteindelijk het schroefje eruit was en het bot aan elkaar vast zat, kon ik wel janken van blijdschap. Ik wist: het heeft dus toch nut gehad ervoor te vechten. Toen mijn pols helemaal hersteld was, heb ik het complete team getrakteerd op taart als dank voor de goede, gespecialiseerde behandeling.

Helaas ben ik door dit lange traject uiteindelijk mijn baan kwijtgeraakt. Dr. Moojen heeft geadviseerd om lichter hand- en polswerk te zoeken, maar dat valt in deze tijd niet mee. Ik ben nu 29 en soms voel ik me nutteloos. Ik heb altijd klanten geholpen, was bezig met mijn passie, voelde me trots als een klant zijn auto op kwam halen. Ik had doelen in mijn leven, wist precies hoe ik het wilde hebben. Mijn hele toekomstbeeld is weg – en dat was allemaal niet nodig geweest. Daarom hoop ik dat huisartsen, chirurgen en verzekeringsmaatschappijen gaan inzien dat handchirurgie een echt specialisme is. Het moet echt iemands passie zijn, want een arts die ‘zomaar’ aan het opereren gaat, kan