Dhr. De Bruijn

Dhr. De Bruijn

"Een gebroken pink leek het einde te betekenen voor de handbalcarrière van topsporter Jorick de Bruijn. Drs. Feitz durfde een operatie aan."

Jorick de Bruijn (26): “Bij de laatste controle vorige week gaf drs. Feitz me groen licht: ik mag weer gaan handballen. Ik hoorde de verbazing in zijn stem. Zelf hield ik rekening met het ergste, maar ook hij had niet verwacht dat ik zó goed zou herstellen. Natuurlijk heb ik er zelf ook wat voor gedaan: me strikt aan de oefeningen gehouden, rust gepakt waar het kon en goed voor mezelf gezorgd. Maar 90% van mijn herstel leg ik bij hem neer. Waar een andere specialist de operatie niet aandurfde, is hij ervoor gegaan. Dat vind ik een groot compliment voor hem.

Ik handbal in de eredivisie en tijdens een training vorig jaar ving ik een medespeler op. Mijn pink klapte dubbel, ik dacht dat hij gekneusd was. Maar na een week kon ik mijn pink helemaal niet meer buigen. Toen wist ik dat het foute boel was. In het ziekenhuis werd een foto gemaakt waarop te zien was dat mijn pink gebroken was, en weer verkeerd vastgegroeid. Ik had dus te laat aan de bel getrokken. Ik vroeg of het kwaad kon om door te spelen, want we zaten midden in het seizoen en ik kon niet gemist worden. Volgens de arts kon dat geen kwaad. Ik tapete mijn pink dus aan mijn ringvinger vast en heb gewoon gespeeld. De pijn heb ik verzwegen; als ik dat zou vertellen wist ik dat ik geopereerd zou moeten worden en dan was voor mij het seizoen voorbij.

Uiteindelijk ben ik in maart pas weer teruggegaan naar het ziekenhuis. De behandelend arts nam mij mee naar zijn kamer en vertelde dat het niet meer op te lossen was. Een operatie zou mijn pink niet meer goed genoeg kunnen krijgen om nog te kunnen handballen. Kortom: het was einde verhaal.

Ik kon me daar niet bij neerleggen. Ik handbal al vanaf mijn vierde, het is zo’n groot deel van mijn leven. Dat wilde ik niet opgeven. Twee jaar geleden was ik met een andere handblessure al bij drs. Feitz geweest, dus heb ik weer contact met hem gezocht om te vragen of hij me misschien nog kon helpen. Ook hij gaf aan dat ik veel te laat was, maar hij durfde een operatie nog wel aan. Zonder garantie op volledig herstel, maar met reële hoop om het in ieder geval voor mijn gezondheid weer goed te krijgen.

Op 6 april ben ik geopereerd en dat ging goed. De dag erna kreeg ik gelijk fysiotherapie, dat was een drama. Ik wist van tevoren dat het heel pijnlijk zou zijn en ik ben echt wel wat gewend, maar dit was nieuw. In eerste instantie kreeg ik 3 tot 5 keer per week fysio en inmiddels staat de teller op 50 behandelingen. Ik merkte al snel dat het met het dagelijks gebruik van mijn hand wel weer goed zou komen. Je gezondheid is natuurlijk het belangrijkste, maar meteen daarna kwam doel nummer twee: weer kunnen handballen. Dat ik dat nu weer kan gaan doen, is ongelooflijk.

Vorige week mocht ik voor het eerst weer oefenen met een bal. Het was zo’n lekker gevoel om na 5 maanden weer een bal in mijn handen te hebben, fantastisch. Over 3 weken sluit ik aan bij de training en kijken we hoe het gaat.

Achteraf gezien had ik direct naar drs. Feitz moeten gaan. Je hoopt natuurlijk dat het goed zal komen, maar dat ik nu echt zover ben, daar ben ik hem enorm dankbaar voor.”