Buigpeesletsel

Door elke vinger lopen aan de kant van de handpalm twee buigpezen; een oppervlakkige en een diepe buigpees. Beide pezen worden omgeven door een peeskoker. Om de vinger goed te kunnen buigen is het belangrijk dat de pezen ten opzichte van elkaar verschuiven, en dat ze ook door de peeskoker kunnen glijden.

Na een verwonding of na een operatie is dat mechanisme van bewegen en van glijden aangetast. Wanneer de pezen zijn doorgesneden moeten ze, het liefst binnen 72 uur, door de plastisch chirurg weer aan elkaar worden gezet. Wordt peesletsel te laat ontdekt, dan is de pees al te veel teruggetrokken om nog te kunnen hechten. Er moet dan een peesreconstructie plaatsvinden.

Oorzaak

Buigpeesletsels komen vaak voor na een verwonding door glas of een mes.

naar boven

Diagnose

Met behulp van testjes onderzoeken we of er pezen kapot zijn en zo ja, welke. Ook wordt altijd de doorbloeding en het gevoel in de vinger nauwkeurig gecontroleerd.

naar boven

Behandeling van buigpeesletsel

Hechten

De pezen worden door middel van sterke hechtdraden en diverse knooptechnieken weer stevig aan elkaar gemaakt. Soms stevig genoeg om direct onder begeleiding van onze handtherapeuten te kunnen oefenen. Handtherapie is heel belangrijk om verklevingen te voorkomen!

Peesreconstructie

Een peesreconstructie is een intensief traject met veel handtherapie en minimaal twee operaties. Eerst moet er een tunneltje gemaakt worden voor de pees. Daarvoor wordt een 'spacer' gebruikt, een siliconen buisje dat op de oude plek van de pees wordt gelegd. Na acht tot twaalf weken volgt een tweede operatie waarbij een pees uit de arm of het been wordt getransplanteerd naar de vinger. Op die manier kunt u uw vinger weer buigen en strekken.

naar boven

Risico's

Bij elke operatie kunnen complicaties optreden, zoals een nabloeding, wondinfectie, weefselversterf, narcoseproblemen, trombose of een longontsteking. Deze complicaties komen zelden voor en kunnen vrijwel altijd goed behandeld worden.

Na een peesoperatie kunnen verklevingen optreden. Daarom wordt onmiddellijk gestart met handtherapie. Ook wordt erop gelet dat de gewrichten zo soepel mogelijk blijven. Bij operaties in de vinger is er altijd een hele kleine kans dat er een zenuw of slagader geraakt wordt. Alle operaties worden door ons gedaan met een loepbril om de kans hierop zo klein mogelijk te houden.

naar boven

Herstel

Na een verwonding of operatie kunnen er verklevingen tussen de oppervlakkige en de diepe buigpees ontstaan. Deze verklevingen kunnen het verschuiven en het bewegen van de pezen tegen houden, waardoor de vinger niet meer volledig kan buigen of strekken. Daarom is het belangrijk om meteen en op een verantwoorde manier met uw vinger te gaan oefenen onder begeleiding van een handtherapeut! 

Eerste periode (0-4 weken na de operatie)

Na de operatie wordt binnen vijf dagen een spalk gemaakt. Vanaf dit moment kunt u met de oefeningen beginnen.

De vinger is met de spalk verbonden door middel van een elastiek; dit elastiek is door middel van een haakje of een hechting aan de nagel verbonden. Door het elastiek wordt de vinger vanzelf gebogen.

In de eerste periode mag u de vinger nog niet zelf buigen, omdat de pees dan weer los kan raken. Wel is het van belang om de vinger in de spalk zelf te strekken, omdat bij het strekken de buigpezen juist ontspannen. Er wordt dan geen kracht op de pezen uitgeoefend.

In deze periode moet u de vinger ieder uur minimaal twintig keer tegen de milde weerstand van het elastiek strekken. Het is vooral belangrijk dat het tweede vingerkootje volledig gestrekt wordt. Als dit niet goed lukt dreigt dit gewricht stijf te worden in een buigstand, waardoor het gewricht niet meer volledig kan worden gestrekt.

 
Tweede periode (4-8 weken na de operatie)
Na ongeveer vier weken wordt het elastiek verwijderd en kunt u gaan beginnen om de vinger actief te buigen. De gehechte pees is echter nog niet zo sterk en de vinger mag nog niet met kracht worden gebogen.

In deze periode moet u ook weer elk uur blijven oefenen. Het maken van verschillende vuisten is een belangrijke oefening. U begint met het volledig strekken van de vingers en vanuit die stand buigt u de vingers naar de verschillende vuiststanden toe.
Later in deze periode kunnen de buigoefeningen worden uitgebreid. U moet proberen om elk vingerkootje afzonderlijk te buigen. Naast de oefeningen mag u langzaam maar zeker weer beginnen met het uitvoeren van uw normale dagelijkse bezigheden.
 
Derde periode (8-12 weken na de operatie)
Nu gaat het erom de u weer kracht in uw hand krijgt. U kunt oefenen met putty (een soort elastische knijpklei). Afhankelijk van uw werk kunt u dit ook weer langzaam maar zeker gaan hervatten.

Patiëntervaringen

Mevr. Floor

Mevr. Floor

Mevr. Floor (45) volgde een intensief traject van handtherapie en kan nu alles weer!

Lees meer
naar boven

Resultaatmeting

Om u de best mogelijke zorg te geven is het van groot belang dat wij het effect van uw behandeling nauwkeurig vastleggen.

Wanneer u een behandeltraject bij ons start zullen wij u vragen een aantal vragenlijsten in te vullen over uw klachten, uw algemene gezondheid en uw ervaring bij Xpert Clinic. Uw gegevens worden verwerkt in het kwaliteitssysteem PULSE.

De vragenlijsten worden u per e-mail aangeboden voor de behandeling, 6 weken na, 3 maanden na en eventueel ook 6 maanden en 12 maanden na de behandeling. Het invullen duurt ongeveer 2 tot 6 minuten per vragenlijst.

Wilt u meer weten?

of bel ons voor persoonlijk advies
088 - 7785203
Lokaal tarief, bellen tot 20.00 uur

Wilt u meer weten?

of bel ons voor persoonlijk advies
088 - 7785203
Lokaal tarief, bellen tot 20.00 uur
Xpert Clinic maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie. Sluiten