Zenuwletsel komt veel voor. Kenmerkend is de directe uitval van een zenuw, waardoor u merkt dat u plaatselijk niets meer voelt of uw vingers of hand minder goed kunt bewegen. Toch worden zenuwletsels vaak gemist, omdat alle aandacht op dat moment naar de wond gaat en er onvoldoende aan wordt gedacht of op wordt getest. Bent u gewond en is er sprake van uitval van een zenuw, dan moet u worden geopereerd. Afwachten of testen met EMG's is zinloos en leidt uiteindelijk tot slechtere resultaten!
Zenuwletsel ontstaat meestal door een scherpe verwonding door bijvoorbeeld glas of een mes. Soms wordt een zenuw ook beschadigd door scheur- of bijtwonden.
De diagnose wordt gesteld op basis van lichamelijk onderzoek. De arts zal met een naald aan de zijkant van de vinger prikken. Door aan te geven of u de prik wel of niet voelt, kan worden bepaald of er sprake is van zenuwletsel.
Binnen 72 uur is een zenuw met behulp van microchirurgische technieken onder de microscoop te hechten. De draadjes die hiervoor worden gebruikt zijn zeer dun, vaak kleiner dan 0,01 millimeter en nauwelijks met het blote oog te zien.
Na een aantal dagen trekt de zenuw zich terug en wordt het al lastiger om hem aan elkaar te maken. Soms is dan een
zenuwtransplantatie nodig. De zenuw hiervoor komt uit het been of de arm. Soms kan een bloedvat of een speciaal kunststof zenuwbuisje gebruikt worden als overbrugging.
Bij elke operatie kunnen complicaties optreden, zoals een nabloeding, wondinfectie, weefselversterf, narcoseproblemen, trombose of een longontsteking. Deze complicaties komen zelden voor en kunnen vrijwel altijd goed behandeld worden.
Het herstel na zenuwletsel is wisselend, en na het vijftiende levensjaar nemen de resultaten snel af. Dat komt voornamelijk omdat onze hersenen zich steeds minder goed kunnen aanpassen aan de informatie die binnenkomt. Bij een gehechte zenuw komt het signaal namelijk volledig verward aan bij de hersenen.
Het duurt frustrerend lang voor het resultaat van zenuwherstel beoordeeld kan worden. De zenuw moet helemaal uitgroeien vanaf de plek waar deze hersteld is naar het doelorgaan (vingertop, huid of spier). Afhankelijk van de afstand kan dit een half jaar tot een jaar duren. Koude-intolerantie (pijn en of verkleuren bij kou) treedt vaak op en herstelt over het algemeen niet of nauwelijks.
Voor een zo goed mogelijk herstel is een uitgebreide
revalidatie heel belangrijk.