Radial Tunnel Syndroom

Radial Tunnel Syndroom

Algemeennaar boven

Bij het Radial Tunnel syndroom, ook wel posterior interosseous syndroom of PIN genoemd, zit de motore (spier)tak van de nervus radialis geklemd. Dit geeft vage pijnklachten aan de bovenzijde van de onderarm. Er is ook sprake van krachtsverlies. De klachten nemen toe bij activiteiten. Vaak is er een verhoogde spierspanning in de spieren net onder elleboog.

Normaal gesproken zijn er geen tintelingen voelbaar, maar wanneer de beklemming hoger gelegen is, zijn er meestal wel tintelingen op de bovenkant van de hand.
 
Wartenberg syndroom
Bij het Wartenberg syndroom is het de sensibele (gevoels)tak van de nervus radialis die beklemd zit tussen de onderarmspieren. Het gevolg is een doof tintelend gevoel op de bovenkant van de hand en/of pijn. Bij dit syndroom is geen sprake van spieruitval of krachtsverlies.

Oorzaaknaar boven

Het Radial Tunnel Syndroom komt vaker voor bij mensen met een bepaald beroep, zoals kappers e.d. De klachten worden vaak ten onrechte geduid als R.S.I. 

Diagnosenaar boven

Door middel van een MRI-scan kan in meer dan 70% van de gevallen met succes een diagnose gesteld worden. Elektrisch spieronderzoek (EMG) geeft echter meestal geen verheldering.

Behandelingnaar boven

Zonder operatie

De klachten verdwijnen meestal met rust, fysiotherapie, houdingsaanpassingen en ergotherapie.
 
Met operatie
Een chirurgische behandeling heeft een wisselend succes: in ongeveer 50% van de gevallen wordt het beter, bij 25% wordt het juist slechter en 25% merkt geen verschil. Wij zijn dus zeer terughoudend met opereren bij het Radial Tunnel Syndroom. 

Risico'snaar boven

Na een operatie kan het litteken minder mooi genezen. Ook bestaat er een kans op een infectie. Dit komt echter zeer zelden voor. Er bestaat een minimale kans dat de zenuw beschadigd wordt.

Herstelnaar boven

De eerste drie dagen na de operatie draagt u overdag een mitella. Het is belangrijk dat u de vingers gedurende deze periode regelmatig beweegt (strekken en buigen), om te voorkomen dat uw hand stijf wordt. ’s Nachts hoeft u de mitella niet te dragen, u kunt uw arm dan op een kussen leggen. Tijdens het douchen kunt u de mitella even afdoen, maar u moet ervoor zorgen dat het verband droog blijft.
Na drie dagen mag u zelf het drukverband verwijderen. Op de wond plakt u een pleister. Daarna kunt u de hand en arm weer voorzichtig in toenemende mate onbelast gebruiken. In principe mag u de hand en arm na twee weken weer normaal gebruiken. Of dat ook voor uw werk geldt, bespreekt u met de arts tijdens het eerste polibezoek na de operatie. Zeven tot twaalf dagen na de operatie wordt u verwacht op de kliniek voor wondcontrole en het verwijderen van de hechtingen indien deze niet oplosbaar zijn.