Het kanaal van Guyon loopt van het haakvormig bot aan de duimzijde van de hand tot het pisiforme bot aan de pinkzijde van de hand. Het dak wordt gevormd door het ligamentum carpi transversum een streng bindweefsel. Door het kanaal van Guyon lopen de slagader (arteria ulnaris) en zenuw (nervus ulnaris). Deze zenuw zorgt ervoor dat de kleine handspieren goed kunnen werken en is ook verantwoordelijk voor het gevoel in pink en ringvinger. Wanneer de zenuw in het Guyon’s kanaal beklemd raakt, geeft dat gevoelsstoornissen aan de pink en ringvinger, terwijl het gevoel op de handrug normaal is. Ook zien we krachtsvermindering en volumeverlies van de kleine handspieren.
Deze aandoening kan ontstaan door herhaaldelijk trauma, door het gebruik van pneumatisch gereedschap, door een cyste, door een breuk van het haakvormig bot of door vaatafwijkingen.
De diagnose kan gesteld worden door middel van lichamelijk onderzoek. Aanvullend wordt een elektrisch spieronderzoek (EMG)gedaan en soms wordt een echo of MRI-scan gemaakt.
Zonder operatie
Door middel van rust en een spalk kunnen de klachten verdwijnen. Houden de klachten aan, dan kan een operatie overwogen worden.
Met operatie
Tijdens een operatie wordt het Guyon’s kanaal geopend om de beklemde zenuw weer ruimte te geven.
Bij elke operatie kunnen complicaties optreden, zoals een nabloeding, wondinfectie, weefselversterf, narcoseproblemen, trombose of een longontsteking. Deze complicaties komen zelden voor en kunnen vrijwel altijd goed behandeld worden.
Na een operatie aan het Guyon’s kanaal kan het litteken in de handpalm gevoelig blijven. Ook kunnen blijvende gevoelsstoornissen en/of krachtsverlies optreden.
Het duurt vaak lang voordat de kracht van de kleine handspieren en het gevoel in de hand volledig herstelt. Als een duidelijke beklemming wordt gevonden, zijn de resultaten meestal goed.
De eerste drie dagen na de operatie draagt u overdag een mitella. Het is belangrijk dat u de vingers gedurende deze periode regelmatig beweegt (strekken en buigen), om te voorkomen dat uw hand stijf wordt. ’s Nachts hoeft u de mitella niet te dragen, u kunt uw arm dan op een kussen leggen. Tijdens het douchen kunt u de mitella even afdoen, maar u moet ervoor zorgen dat het verband droog blijft.
Na drie dagen mag u zelf het drukverband verwijderen. Op de wond plakt u een pleister. Daarna kunt u de hand en arm weer voorzichtig in toenemende mate onbelast gebruiken. In principe mag u de hand en arm na twee weken weer normaal gebruiken. Of dat ook voor uw werk geldt, bespreekt u met de arts tijdens het eerste polibezoek na de operatie. Zeven tot twaalf dagen na de operatie wordt u verwacht op de poli voor wondcontrole en het verwijderen van de hechtingen indien deze niet oplosbaar zijn.