De nervus anterior interosseous is een tak van de nervus medianus. Wanneer deze zenuw bekneld raakt kan het laatste kootje van de duim niet goed of helemaal niet meer buigen. Ook de functie van het topje van de wijsvinger vermindert. Patiënten met het anterior interosseous syndroom kunnen daardoor niet meer het OK-teken maken. Het gevoel in de vingers blijft overigens onveranderd.
De nervus interosseous anterior kan bekneld raken door druk van de peesbladen, door druk van de pronator teres spier in de onderarm, door aangeboren afwijkingen of door een botbreuk.
Een elektrisch spieronderzoek (EMG) kan aantonen of het om het anterior interosseous syndroom gaat. Dit onderzoek geeft echter niet altijd uitsluitsel.
De behandeling bestaat uit rust, een spalk en ontstekingsremmers (NSAID's). Indien er na drie tot zes maanden geen verbetering optreedt, kan een operatie overwogen worden om de beklemde zenuw weer ruimte te geven.
Bij elke operatie kunnen complicaties optreden, zoals een nabloeding, wondinfectie, weefselversterf, narcoseproblemen, trombose of een longontsteking. Deze complicaties komen zelden voor en kunnen vrijwel altijd goed behandeld worden. Na een operatie kan het litteken minder mooi genezen. Ook bestaat er een minimale kans dat de zenuw beschadigd wordt.
De eerste drie dagen na de operatie draagt u overdag een mitella. Het is belangrijk dat u de vingers gedurende deze periode regelmatig beweegt (strekken en buigen), om te voorkomen dat uw hand stijf wordt. ’s Nachts hoeft u de mitella niet te dragen, u kunt uw arm dan op een kussen leggen. Tijdens het douchen kunt u de mitella even afdoen, maar u moet ervoor zorgen dat het verband droog blijft.
Na drie dagen mag u zelf het drukverband verwijderen. Op de wond plakt u een pleister. Daarna kunt u de hand en arm weer voorzichtig in toenemende mate onbelast gebruiken. In principe mag u de hand en arm na twee weken weer normaal gebruiken. Of dat ook voor uw werk geldt, bespreekt u met de arts tijdens het eerste kliniekbezoek na de operatie. Zeven tot twaalf dagen na de operatie wordt u verwacht op de kliniek voor wondcontrole en het verwijderen van de hechtingen indien deze niet oplosbaar zijn.