SNAC (Scaphoid Nonunion Advanced Collaps) en SLAC (Scapholunate Advanced Collaps) zijn twee aandoeningen die zorgen voor slijtage aan de duimzijde van de pols. Zo’n slijtage geeft pijnklachten in de pols en staat goed functioneren in de weg. Bij SLAC wordt de slijtage veroorzaakt door een gescheurde band die nooit is hersteld, waardoor verschillende handbotjes abnormaal zijn gaan bewegen (
zie SL laesie). Bij SNAC is een langdurig bestaande breuk in het scheepsvormig botje (
scaphoid) de oorzaak van de klachten (
zie scaphoidfractuur).
Door een val op de gestrekte pols of bij een gebroken pols kan de
SL verbinding scheuren. Wanneer deze niet wordt hersteld kan dit leiden tot SLAC. Een breuk in het scheepsvormig botje (SNAC) ontstaat meestal door een val op de uitgestrekte handen.
De diagnose wordt gesteld met röntgenonderzoek.
Voor SNAC/SLAC zijn er verschillende behandelmogelijkheden. De arts zal met u overleggen welke optie in uw geval de beste is.
- Styloidectomie: het verwijderen van het puntje van het spaakbeen.
- Het vastzetten van vier botjes van de handwortel met behulp van een ronde plaat (zie LCTH-fusie).
- Proximale Rij Carpectomie (PRC)
- Totale polsprothese
- Totale polsarthrodese
Bij elke operatie kunnen complicaties optreden, zoals een nabloeding, wondinfectie, weefselversterf, narcoseproblemen, trombose of een longontsteking. Deze complicaties komen zelden voor en kunnen vrijwel altijd goed behandeld worden.
Specifieke complicaties worden bij de desbetreffende behandeling besproken.