De ziekte van Kienböck (ook wel Lunatomalacie of Avasculaire necrose van het lunatum genoemd) is een aandoening van het maanvormig bot. Dit bot krijgt problemen met de bloedtoevoer, waardoor het uiteindelijk afsterft en inzakt. Daardoor slijt het polsgewricht.
Vanaf het begin van de ziekte heeft de patiënt veel pijn aan de pols. Vaak wordt de aandoening dan nog niet herkend omdat een röntgenfoto nog een normaal beeld geeft. Alleen een MRI-scan met contrast kan de ziekte dan aantonen. Wanneer de ziekte in een later stadium komt, ontstaat er een verminderde beweeglijkheid van de pols en pijn aan de rugzijde van de pols in het midden. Dit gebied is tevens drukpijnlijk. De klachten verergeren bij inspanning en handwerk.
De ziekte werd voor het eerst beschreven in 1843 in de Franse literatuur. Radioloog Robert Kienböck verbond zijn naam eraan begin 1900.
De oorzaak van deze ziekte is niet bekend. Kienböck komt het meest voor bij jonge mannen en vooral vrouwen tussen de 20 en 40 jaar. Ook komt de aandoening vaker voor bij mensen met een ulna minus syndroom (te korte ellepijp).
Om te bekijken in wel stadium de ziekte is, kan een röntgenfoto gemaakt worden. Hierbij worden vier stadia onderscheiden:
|
Graad 1
|
geen afwijkingen te zien op de röntgenfoto
|
|
Graad 2
|
verhoogde dichtheid van het maanvormig bot
|
|
Graad 3a
|
inzakking van het maanvormig bot, geen afwijkingen aan het scheepsbot
|
|
Graad 3b
|
inzakking van het maanvormig bot met rotatie van het scheepsbot
|
|
Graad 4
|
slijtage rond het maanvormig bot (haakvorming, gewrichtsspleet vernauwing)
|
Een MRI-scan geeft de meeste informatie over de bloedvoorziening in het maanvormig bot, het hoogteverlies en eventuele slijtage. Een CT-scan en/of botscan kunnen soms extra informatie geven.
Er zijn zeer veel behandelingen beschreven voor de ziekte van Kienböck. Op dit moment hebben we volgende opties bovenaan staan in het behandelplan.
Vroege fase
Revascularisatie is een methode om de bloedtoevoer naar het maanvormig bot te herstellen. Dit doen we met behulp van een bottransplantaat uit het spaakbeen volgens Sheetz. Verder zijn radiusverkorting (inkorting van het spaakbeen) een optie.
Late fase
Wanneer het maanvormig bot gebarsten is, een fors hoogteverlies laat zien en/of wanneer er sprake is van artrose, zijn dit de mogelijkheden:
Bij elke operatie kunnen complicaties optreden, zoals een nabloeding, wondinfectie, weefselversterf, narcoseproblemen, trombose of een longontsteking. Deze complicaties komen zelden voor en kunnen vrijwel altijd goed behandeld worden.
De specifieke risico’s en het herstel van de ingreep worden bij de desbetreffende behandeling besproken.