Carpal boss is een aandoening waarbij er aan de bovenzijde van de pols extra bot is gegroeid. Deze botzwelling gaat uit van het 2e en/of 3e gewricht tussen de handwortelbeentjes en de middenhandsbeentjes en geeft meestal geen klachten. Patiënten met een carpal boss hebben soms last van strekpezen die over de zwelling klikken. Vaker zijn er klachten van milde tot erge pijn aan de pols en van bewegingsbeperkingen. Dit is vooral het geval tijdens en na herhaaldelijke polsactiviteiten, zoals timmeren of het spelen van bijvoorbeeld tennis of golf. Vaak wordt deze zwelling aan de bovenzijde van de pols verward met een ganglion.
De exacte ontstaanswijze van carpal boss is niet bekend, maar het heeft te maken met een foutieve foetale ontwikkeling van een os styloideum (een extra handwortelbeentje dat tijdens de ontwikkeling hoort te fuseren met omliggende botten). Door dit extra handwortelbeentje wordt het gebied wat gevoeliger voor herhaald trauma.
Een carpal boss is goed zichtbaar te maken door middel van röntgenonderzoek.
Zonder operatie
Therapie met behulp van rust, een brace en/of NSAID’s (ontstekingsremmers) kan een goed resultaat geven. Als dit niet helpt en de klachten zodanig zijn dat ze het normale dagelijks leven in de weg staan, kan een operatie uitkomst bieden.
Met operatie
Tijdens een operatie (wigexcisie) wordt al het extra botweefsel aan weerszijden van het gewricht verwijderd, tot er alleen gezond bot en kraakbeen zichtbaar is. Bij sommige patiënten blijven ondanks deze operatie de klachten bestaan. Voor deze groep kan een
gewrichtsarthrodese een oplossing zijn. Hierbij wordt het 2e en/of 3e gewricht tussen de handwortelbeentjes en de middenhandsbeentjes vastgezet.
Bij elke operatie kunnen complicaties optreden, zoals een nabloeding, wondinfectie, weefselversterf, narcoseproblemen, trombose of een longontsteking. Deze complicaties komen zelden voor en kunnen vrijwel altijd goed behandeld worden.
Bij de wigexcisie bestaat er een kans dat het bot weer aangroeit. Dan kan bij klachten besloten worden het gewricht alsnog vast te zetten. Bij het vastzetten (gewrichtsarthrodese) bestaat er een kans dat het bot niet vastgroeit.
Na een wigexcisie krijgt u twee weken een gips dat de vingers en duim vrij laat. Na twee weken wordt gestart met handtherapie.
Na het vastzetten van het gewrichtje krijgt u vier weken gips dat de vingers vrij laat. Hierna start de handtherapie.