Mallet finger

Algemeennaar boven

Een mallet finger ontstaat doordat u de gestrekte vinger stoot. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren bij het opmaken van een bed of wanneer er bij het sporten een bal op het gestrekte topje van de vinger terecht komt. Door dit ongeluk scheurt de strekpees los van de aanhechting aan het bot van het laatste vingerkootje. Soms scheurt er ook en kleiner of groter botstukje van dit kootje los. In beide gevallen is het gevolg hetzelfde: het eindkootje van de vinger gaat afhangen en kan niet meer gestrekt worden. De vinger lijkt dan op een hamertje (in het Engels ‘mallet’).

Oorzaaknaar boven

Diagnosenaar boven

De diagnose wordt gesteld op basis van lichamelijk onderzoek. In het begin is de vinger pijnlijk en gezwollen rondom het eindgewrichtje. Het eindkootje van de vinger staat gebogen en kan niet actief worden gestrekt. Met behulp van de andere hand is dit wel mogelijk.

Behandelingnaar boven

Aan een mallet finger hoeft u meestal niet te worden geopereerd, behalve wanneer de strekpees met een groter botstuk losgescheurd is. In de meeste gevallen krijgt u een spalk die uw vinger in een overstrekte stand houdt. Op die manier kunnen de peesuiteinden weer aan elkaar groeien. Heel belangrijk: deze spalk moet gedurende zes tot acht weken blijven zitten zonder dat het topje ook maar één keer buigt!

Risico'snaar boven

Soms kan het voorkomen dat het topje tijdens de oefenperiode toch weer gaat hangen. Het is dan noodzakelijk om, in overleg met uw arts, de vinger gedurende drie tot vier weken weer continu te ondersteunen met het spalkje. Wanneer ook dan de vingertop weer gaat hangen, kan de arts toch voor een operatie kiezen. Het gescheurde strekpeesje wordt dan opnieuw vastgehecht. Na deze operatie volgt ook weer een periode van revalidatie. Ook kan worden besloten om het eindgewrichtje vast te zetten. Dit doen we als het gewrichtje al duidelijk slijtage vertoont.

Herstelnaar boven

Tijdens het herstel mag het vingertopje niet buigen. U moet uw vinger dan ook heel voorzichtig schoonmaken. Uw begeleidend handtherapeut zal u uitleggen hoe u dit op een veilige manier kunt doen. Overigens: het tweede gewricht (PIP) mag wel buigen als u de spalk om hebt. 

Na zes tot acht weken mag u voorzichtig beginnen met het bewegen van uw vingertop. Gedurende de eerste twee weken na de spalkperiode mag u drie tot vijf keer per dag de spalk afdoen om te oefenen. De oefeningen bestaan uit het actief strekken van uw vinger, u krijgt hier een hulpmiddeltje voor. Tussen het oefenen door moet de spalk gewoon weer aan. 

Na deze periode mag het spalkje af gelaten worden. De oefeningen worden stapsgewijs geïntensiveerd. Wij raden aan om tot twaalf weken na het begin van de behandeling het spalkje tijdens zware arbeid nog te dragen.

Goed om te weten: oefenen mag niet heel pijnlijk zijn. Als de pijn na het oefenen langer dan een half uur blijft bestaan, moet u minder vaak en minder intensief oefenen.