Soms scheurt een buigpees spontaan af. Meestal is dat de diepe buigpees van de ringvinger (flexor digitorum profundus IV). Deze scheurt dan los van het bot, zonder dat er een open wond of trauma is. Soms scheurt ook een botfragment mee af met de pees.
De indeling van het gesloten peesletsel gebeurt volgens de klassificatie van Leddy en Packer en is afhankelijk van hoever het peesuiteinde zich terugtrekt:
Type 1: peesuiteinde trekt terug tot in de palm
Type 2: peesuiteinde trekt terug tot het tweede vingergewricht
Type 3: peesuiteinde trekt terug net tot aan het eindgewicht van de vinger
Over het algemeen ontstaat gesloten buigpeesletsel tijdens sporten. Klassiek is de tackle bij rugby waarbij de vingertop blijft haken achter het shirt van de tegenstander.
De diagnose is door middel van eenvoudig lichamelijk onderzoek vast te stellen. Maar omdat er niet altijd aan gedacht wordt of omdat de patiënt in eerste instantie denkt dat het wel meevalt, wordt de diagnose meestal laat gesteld. Het uiteinde van de pees is soms voelbaar in de handpalm of in de vinger en zwelt gedurende de eerste dagen op. Dit kan de resterende functie van de vinger beperken.
Wanneer de diagnose snel gesteld wordt, kan de pees soms nog direct teruggeplaatst worden op het bot. Vaak wordt dit gedaan met behulp van Mitek botankers.
Indien de pees te lang geleden (meer dan 72 uur) is afgescheurd, zijn er verschillende opties. De pees kan operatief worden verwijderd, de arts kan besluiten niets te doen, of er kan een peesreconstructie verricht worden. De arts zal met u bespreken wat de voor- en nadelen van deze opties zijn.
Een peesreconstructie is een intensief traject met veel handtherapie en minimaal twee operaties. Eerst moet er een tunneltje gemaakt worden voor de pees. Daarvoor wordt een ‘spacer’ gebruikt, een siliconen buisje dat op de oude plek van de pees wordt gelegd. Na acht tot twaalf weken volgt een tweede operatie waarbij een pees uit de arm of het been wordt getransplanteerd naar de vinger. Op die manier kunt u uw vinger weer buigen en strekken.
Bij elke operatie kunnen complicaties optreden, zoals een nabloeding, wondinfectie, weefselversterf, narcoseproblemen, trombose of een longontsteking. Deze complicaties komen zelden voor en kunnen vrijwel altijd goed behandeld worden.
Na een peesoperatie kunnen verklevingen optreden. Daarom wordt onmiddellijk gestart met handtherapie. Ook wordt erop gelet dat de gewrichten zo soepel mogelijk blijven. Bij operaties in de vinger is er altijd een hele kleine kans dat er een zenuw of slagader geraakt wordt. Alle operaties worden door ons gedaan met een loepbril om de kans hierop zo klein mogelijk te houden.
Om te voorkomen dat er verklevingen tussen de buigpezen ontstaan, is het belangrijk om meteen en op een verantwoorde manier met uw vinger te gaan oefenen onder begeleiding van een handtherapeut!
Eerste periode (0-4 weken na de operatie)
Na de operatie wordt binnen vijf dagen een spalk gemaakt. Vanaf dit moment kunt u met de oefeningen beginnen.
De vinger is met de spalk verbonden door middel van een elastiek; dit elastiek is door middel van een haakje of een hechting aan de nagel verbonden. Door het elastiek wordt de vinger vanzelf gebogen.
In de eerste periode mag u de vinger nog niet zelf buigen, omdat de pees dan weer los kan raken. Wel is het van belang om de vinger in de spalk zelf te strekken, omdat bij het strekken de buigpezen juist ontspannen. Er wordt dan geen kracht op de pezen uitgeoefend.
In deze periode moet u de vinger ieder uur minimaal twintig keer tegen de milde weerstand van het elastiek strekken. Het is vooral belangrijk dat het tweede vingerkootje volledig gestrekt wordt. Als dit niet goed lukt dreigt dit gewricht stijf te worden in een buigstand, waardoor het gewricht niet meer volledig kan worden gestrekt.
Tweede periode (4-8 weken na de operatie)
Na ongeveer vier weken wordt het elastiek verwijderd en kunt u gaan beginnen om de vinger actief te buigen. De gehechte pees is echter nog niet zo sterk en de vinger mag nog niet met kracht worden gebogen.
In deze periode moet u ook weer elk uur blijven oefenen. Het maken van verschillende vuisten is een belangrijke oefening. U begint met het volledig strekken van de vingers en vanuit die stand buigt u de vingers naar de verschillende vuiststanden toe.
Later in deze periode kunnen de buigoefeningen worden uitgebreid. U moet proberen om elk vingerkootje afzonderlijk te buigen. Naast de oefeningen mag u langzaam maar zeker weer beginnen met het uitvoeren van uw normale dagelijkse bezigheden.
Derde periode (8-12 weken na de operatie)
Nu gaat het erom de u weer kracht in uw hand krijgt. U kunt oefenen met putty (een soort elastische knijpklei). Afhankelijk van uw werk, kunt u dit ook weer langzaam maar zeker gaan hervatten.
Maak nu een afspraak