De duim is het meest gebruikte onderdeel van de hand. Duimbasisslijtage is daarom de meest voorkomende slijtage aan een gewricht in de hand. Als u pijn krijgt door slijtage, merkt u dat vaak bij iedere beweging. De duimbasis en de duimmuis kunnen pijnlijk worden, en de pijn wordt heviger wanneer u de duim intensief gebruikt. Ook kan er krachtverlies optreden, waardoor u dingen uit uw handen laat vallen.
Duimbasisslijtage komt veel voor: ongeveer één op de drie vrouwen boven de 40 jaar heeft in het duimbasisgewricht afwijkingen op een röntgenfoto. Vaak wordt gezegd dat u ‘er maar mee moet leren leven’. Duimbasisslijtage kan echter goed worden behandeld.
Het duimbasisgewricht wordt gevormd door het eerste middenhandsbotje (os metacarpale I) en een botje van de handwortel (os trapezium). Het duimbasisgewricht is niet erg stabiel. Als de banden die de botjes verbinden wat slapper worden, past het gewricht niet meer mooi en kan slijtage optreden.
Bij duimbasisslijtage neemt de duim een afwijkende stand aan. De duimmuis wijkt naar binnen en de rest van de duim gaat overstrekken. Vaak zien we een zwelling van de duimbasis. Er is ook pijn ter hoogte van de duimmuis. Bij het bewegen van de duimbasis gecombineerd met druk naar de hand toe (grinding test), treden de pijnklachten op. De afwijking is meestal goed zichtbaar op röntgenfoto’s van de duimbasis. Bij twijfel kan een botscan gemaakt worden.
Is er sprake van een milde slijtage, dan bestaat de behandeling uit rust, spalken, pijnstilling en eventueel ontstekingsremmende injecties.
Is dit niet voldoende, dan kunt u operatief geholpen worden. We hebben hierbij verschillende mogelijkheden:
Arthrodese
Arthrodese is de techniek waarbij het duimbasisgewricht vastgezet wordt. De arts maakt daarvoor een incisie aan de palmkant van uw hand ter hoogte van de onderkant van de duimmuis. U kunt uw duim daarna weer gewoon gebruiken, want de andere gewrichten nemen de functie van het vastgezette gewricht deels over. Alleen het plat op tafel leggen van uw hand kan soms moeilijk zijn. Een groot voordeel van deze ingreep is dat u snel herstelt en uw duim snel weer kunt belasten.
Trapezium excisie en Weilby Sling
Bij deze ingreep wordt het trapeziumbotje verwijderd. Met behulp van een stuk van de buigpees van de pols wordt een nieuwe, stabiele ophanging van de duimbasis gemaakt.
Bij elke operatie kunnen complicaties optreden, zoals een nabloeding, wondinfectie, weefselversterf, narcoseproblemen, trombose of een longontsteking. Deze complicaties komen zelden voor en kunnen vrijwel altijd goed behandeld worden.
Bij arthrodese bestaat de kans dat het bot niet aan elkaar groeit. Ook kan het materiaal waarmee het gewricht wordt vastgezet losraken en op lange termijn kan er slijtage optreden in de andere gewrichten van de handwortel (STT gewricht).
Na de operatie zitten uw duim en uw onderarm in het gips. Dit gips blijft ongeveer drie weken zitten. In deze periode is het belangrijk om uw hand hoog te houden om de kans op zwelling te verkleinen. De vingers zitten niet in het gips, deze kunt u gewoon bewegen.
Na ongeveer drie weken wordt het gips verwijderd en maakt de handtherapeut een afneembare spalk die uw duim steunt en beschermt. Nadat de spalk gemaakt is, start u onder begeleiding van de handtherapeut met oefeningen. U begint met oefeningen die de duimgewrichtjes lenig en soepel maken, na zes tot acht weken gaat u ook oefeningen doen die uw duim en hand sterker maken. De spalk moet u tot acht weken na de operatie, buiten het oefenen om, steeds dragen. In deze periode is autorijden, om verzekeringstechnische redenen, niet toegestaan.
Na deze acht weken wordt het dragen van de spalk afgebouwd en u moet dan de spalk alleen nog dragen wanneer u met de hand zwaardere dingen doet.
Het zwaar belasten van uw hand, bijvoorbeeld tijdens sportactiviteiten, mag u niet eerder doen dan na drie tot vier maanden na de operatie.
Na de operatie valt het resultaat in eerste instantie meestal tegen. Het kost veel tijd om weer op het oude niveau terug te komen en uiteindelijk beter dan voor de operatie te worden. Over het algemeen duurt dit ongeveer drie tot zes maanden na een trapezium excisie. De kracht neemt vervolgens nog meetbaar toe over een periode van vijf jaar na de operatie.
Bij een arthrodese is het herstel over het algemeen sneller. De oorspronkelijke pijn van de slijtage is meestal direct na de operatie verdwenen. Het duurt meestal tot drie maanden voordat de pijn van de operatie zelf helemaal is verdwenen. Een klein aantal patiënten houdt ook na een operatie pijnklachten aan de duimbasis.
Om een goede indruk te krijgen van het resultaat van de operatie worden de metingen die voor de operatie zijn gedaan, na een half jaar en na een jaar nog eens herhaald.